Inspiratie 2017-10-04T15:59:08+00:00

Oktober

Week van de eenzaamheid

Eenzaamheid is er in soorten en maten: voor elk wat wils. Sociale eenzaamheid, existentiele eenzaamheid, kortdurende, langdurende eenzaamheid. Eenzaamheid is vaak onzichtbaar want genant. Je wilt niet zeuren, je wilt geen loser zijn.

Bij Jezus worden eenzame mensen zichtbaar. Je struikelt over de verhalen waarin ze een rol spelen. Lukas (7: 36-50) schrijft bijvoorbeeld over een vrouw zonder naam. Ze wordt alleen zondares genoemd. Ze is anders. Ze leeft niet naar de nette gewoonten van nette mensen. Misschien was ze de prostituee waarvoor ze vaak gehouden is, misschien was ze gek: manisch depressief, borderline, misschien asociaal, verslaafd, hoe dan ook raar, anders. Ze is als een vrouw zonder hoofddoek in Saoedi Arabie.

Het speelt zich af in het huis van Simon de Farizeeer waar Jezus te gast is: hapje meeprikken, een goed gesprek over God-iets-of-niets.
Maar zij komt binnen met een fles vol olie, huilend.  En dan gaat ze ook nog de voeten van Jezus zalven. Vreemde toestand natuurlijk maar ik beperk me in dit stukje tot de houding van Simon. Normaal gesproken laat hij zo’n raar mens verwijderen. Zulke mensen passen niet in zijn leven, vormen een smet op zijn blazoen. Nu moet hij gegeneerd toekijken hoe zijn gast zich laat verwennen.

Simon is niet slecht. Maar Jezus legt in dit verhaal wel zijn gespletenheid bloot. Simon hongert naar een goed gesprek over God en is tegelijk blind voor deze vrouw. Lezen over God, leven zonder liefde. Wat is groter eenzaamheid?

Kunnen deugdzaamheid en geleerdheid je relatie tot God in de weg staan? De concrete God van de balsemolie?

In een aantal steden in Nederland werken dichters voor de Stichting Eenzame Uitvaart. Ze maken een gedicht voor iemand die in volstrekte eenzaamheid is gestorven. De dichter doet zijn best iets van het levensverhaal van de overledene te achterhalen. Hem of haar zichtbaar te maken. Dit is een gedicht voor een naamloze Amsterdammer gevonden in de Albert Cuypstraat. Een man zonder papieren,  illegaal. Het gedicht stelt een vraag.

Sans-papiers

In dit gedicht is niet aan mij gedacht.
Wat zou het ook? Die vreemde in de tram,
die man daar in die witbeslagen ruit
ben ik. Een vlek. Een veeg. Nog niet gewist
en als de dood te worden uitgelicht.

Wat als ik doodleuk de Messias was
en hier op deze tramlijn liefde bracht?
In dit gedicht is niet aan mij gedacht.
Vlak voor het eind werd ik geschrapt. De Dam,
het Spui, de Albert Cuyp. Ik moest eruit.
(Menno Wigman)

Ds Lettie Oosterhof

Augustus

Vakantie

Ik heb weer eens een digitaal fotoalbum gemaakt. Deze keer van mijn reis naar Engeland. Veel ‘grazige weiden, waat’ren der rust en schapen’, maar geen ‘herders’ gezien. Beetje saai misschien om een fotoalbum mee te vullen, maar de herinnering blijft en het is wel mooi om doorheen te lopen.
Er is een reclame voor fotoalbums. Daarin wordt uitgelegd hoe je een album moet maken en hoe je kunt suggereren dat je een supervakantie had ook als die beroerd was. In deze reclame gaat het over regenvakanties die in zonvakanties veranderen. Wolkjes er af knippen, de stress eruit en alleen vrolijk gelach op de top van de berg. In mijn geval plak ik woest aantrekkelijke herders tussen de schapen. Maar de mooiste vakantieverhalen gaan altijd over wat misging. Dat onthoud je. Hoe ik verdwaalde in een donker bos vol naaldbomen en hoe mijn dappere zoon ons een weg moest hakken en hoe we elkaar de schuld gaven. ’s Avonds haalde ik onder de douche nog de dennennaalden weg.

Het streven naar perfectie is echt iets van deze tijd. Aan plastische chirurgie kun je verslaafd raken. Het is net als met schoonmaken: heb je het ene vlekje weggewerkt, zie je alweer het volgende. Maakbaarheid is een last. Je moet zoveel beslissen over je uiterlijk, over de datum waarop je aan een kind moet beginnen, levenseinde, wel of geen behandelingen. Keuzestress.
Maakbaarheid staat ook haaks op het wat stoffig geworden woord dankbaarheid. Als je dankbaar bent, gaat het namelijk om iets wat je zomaar ontvangt, gratis. Waar je niet aan hebt hoeven sleutelen of niks voor hoeft terug te doen. Wat je hebt gekregen van God of……
In de psalmen gaat het voortdurend over dankbaarheid. Maar wat die dankbaarheid anders maakt dan de plastic jubel van het album  is dat ze altijd samen gaat met de klacht. Licht is niet zonder donker verkrijgbaar. De psalmen zijn geen lieve versjes, maar gedichten van mensen die het moeilijk hebben in het leven. Maar altijd volgt ergens in het lied een regel van dankbaarheid of halleluja.

‘In het leven kan het zo gaan dat je teleurgesteld wordt: in mensen, in de liefde van je leven. Het woord God zegt je niets meer, de kerk blijkt een plek van zelfingenomen mensen, die voortdurend hakketakken over niets. Het liefst wil je weglopen. Wijsheid is: de waarheid accepteren. Moed is: doorgaan met leven, desondanks. En geloof is: ontdekken dat je, in het diepst van je ziel, in het hart van wie je bent, bewogen wordt om voor het leven dankbaar te zijn.’ (aangepast citaat uit Mijn heldere afgrond, Christian Witman).

 Dat je bewogen wordt tot dankbaarheid. Alsof er iets in je werkt, een goddelijk motortje…..Maar misschien moet je het wel zelf aanzetten. Door bijvoorbeeld psalm 23 met een krakende stem te zingen op je ziekbed; van grazige weiden en waat’ren der rust en daar in de verte, ja echt, een goede, stoere herder.

Ds. Lettie Oosterhof

Mei

Iona

In mei was ik in het klooster op het eiland Iona. Op het programma stond een rondleiding.
Ik verwachtte een gids met een lijstje af te werken bezinswaardigheden. Het ging heel anders.
We werden onze eigen gidsen en op pad gestuurd met opdrachten. Al onze zintuigen moesten
we inzetten: muren voelen, kloostergeuren opsnuiven, op het gras gaan liggen en ontdekken
wat een wereld aan kleine bloemetjes en mosjes daarin schuilgaan. Zo ontdekten we meer dan anders door
onze pas te vertragen en al onze zintuigen in te zetten. Alles kreeg een extra dimensie.

Judith Herzberg heeft een gedicht geschreven waarin zij dit verwoordt.
Het gedicht  wordt voorafgegaan door een citaat:
Lord cleare my misted sight that I May hence view thy Divinity.

Over een wesp
Ik geloof niet zo in god, wel
ken ik soms een veel te groot gevoel
naar aanleiding van kleinigheid.
Misschien is dat wat overblijft
als je een wesp zo nauw beschrijft
en zo de afwerking bekijkt
dons satijn en bombazijn
van zo’n verstijvend lijfje
en weet dat het geen wonder is
of als je het een wonder noemt
je zelf, je oog, je medeleven
ook onder “wonder” mee mag doen.

Of je het nou over god hebt of niet, door zo te kijken kom je bij hetzelfde resultaat uit.

In de zomer heb je de kans om je pas te vertragen en te gaan kijken of ruiken of voelen.
Liever geen wesp voelen maar dan toch wel een rups. Die wordt door de snelle wielrenner platgereden
op het snelle fietspad van beton. De wandelaar kan de rups omzeilen en het wonder ontdekken.

In de protestantse kerkdienst gaat het er ook vaak weinig zintuiglijk aan toe.  De oren en het “rationele deel van de geest” werken zich een slag in de rondte terwijl neus en ogen, smaak en tastzin in slaap suffen. Vandaar ook dat bijbelverhalen vaak met weinig verbeeldingskracht  worden verteld en gehoord. Hoe de wijn op de bruiloft van Kana smaakt of ruikt? En welke kleur ze heeft? Hoe de opluchting van het bruidspaar voelt als water verandert in wijn? Geen idee. Wat is er veel te winnen als we alle zintuigen zouden gebruiken, achter de woorden leerden zien en ruiken. Daar heb je geen beamer voor nodig. Die heeft te weinig fantasie.

En als in een kerkdienst avondmaal gevierd wordt, kan het dan ook zintuiglijker? Ik ben er nog niet uit hoe. Een complete maaltijd? Dansen in plaats van schuifelen? Wijn die goed smaakt? Vredeskussen in plaats van een handdruk? Ik vrees dat dat laatste nog niet haalbaar is.
Maar het zou er wel spannend van worden…wie wat wat je aan wonderen zou ontdekken.

ds Lettie Oosterhof

(Ik kwam het gedicht tegen in de bundel: God in gedichten. Red. Harry Gielen en Piet Thomas)

In afwachting van inspiratie

 

Augustus

Vakantie

Ik heb weer eens een digitaal fotoalbum gemaakt. Deze keer van mijn reis naar Engeland. Veel ‘grazige weiden, waat’ren der rust en schapen’, maar geen ‘herders’ gezien. Beetje saai misschien om een fotoalbum mee te vullen, maar de herinnering blijft en het is wel mooi om doorheen te lopen.
Er is een reclame voor fotoalbums. Daarin wordt uitgelegd hoe je een album moet maken en hoe je kunt suggereren dat je een supervakantie had ook als die beroerd was. In deze reclame gaat het over regenvakanties die in zonvakanties veranderen. Wolkjes er af knippen, de stress eruit en alleen vrolijk gelach op de top van de berg. In mijn geval plak ik woest aantrekkelijke herders tussen de schapen. Maar de mooiste vakantieverhalen gaan altijd over wat misging. Dat onthoud je. Hoe ik verdwaalde in een donker bos vol naaldbomen en hoe mijn dappere zoon ons een weg moest hakken en hoe we elkaar de schuld gaven. ’s Avonds haalde ik onder de douche nog de dennennaalden weg.

Het streven naar perfectie is echt iets van deze tijd. Aan plastische chirurgie kun je verslaafd raken. Het is net als met schoonmaken: heb je het ene vlekje weggewerkt, zie je alweer het volgende. Maakbaarheid is een last. Je moet zoveel beslissen over je uiterlijk, over de datum waarop je aan een kind moet beginnen, levenseinde, wel of geen behandelingen. Keuzestress.
Maakbaarheid staat ook haaks op het wat stoffig geworden woord dankbaarheid. Als je dankbaar bent, gaat het namelijk om iets wat je zomaar ontvangt, gratis. Waar je niet aan hebt hoeven sleutelen of niks voor hoeft terug te doen. Wat je hebt gekregen van God of……
In de psalmen gaat het voortdurend over dankbaarheid. Maar wat die dankbaarheid anders maakt dan de plastic jubel van het album  is dat ze altijd samen gaat met de klacht. Licht is niet zonder donker verkrijgbaar. De psalmen zijn geen lieve versjes, maar gedichten van mensen die het moeilijk hebben in het leven. Maar altijd volgt ergens in het lied een regel van dankbaarheid of halleluja.

‘In het leven kan het zo gaan dat je teleurgesteld wordt: in mensen, in de liefde van je leven. Het woord God zegt je niets meer, de kerk blijkt een plek van zelfingenomen mensen, die voortdurend hakketakken over niets. Het liefst wil je weglopen. Wijsheid is: de waarheid accepteren. Moed is: doorgaan met leven, desondanks. En geloof is: ontdekken dat je, in het diepst van je ziel, in het hart van wie je bent, bewogen wordt om voor het leven dankbaar te zijn.’ (aangepast citaat uit Mijn heldere afgrond, Christian Witman).

 Dat je bewogen wordt tot dankbaarheid. Alsof er iets in je werkt, een goddelijk motortje…..Maar misschien moet je het wel zelf aanzetten. Door bijvoorbeeld psalm 23 met een krakende stem te zingen op je ziekbed; van grazige weiden en waat’ren der rust en daar in de verte, ja echt, een goede, stoere herder.

Ds. Lettie Oosterhof

Mei

Iona

In mei was ik in het klooster op het eiland Iona. Op het programma stond een rondleiding.
Ik verwachtte een gids met een lijstje af te werken bezinswaardigheden. Het ging heel anders.
We werden onze eigen gidsen en op pad gestuurd met opdrachten. Al onze zintuigen moesten
we inzetten: muren voelen, kloostergeuren opsnuiven, op het gras gaan liggen en ontdekken
wat een wereld aan kleine bloemetjes en mosjes daarin schuilgaan. Zo ontdekten we meer dan anders door
onze pas te vertragen en al onze zintuigen in te zetten. Alles kreeg een extra dimensie.

Judith Herzberg heeft een gedicht geschreven waarin zij dit verwoordt.
Het gedicht  wordt voorafgegaan door een citaat:
Lord cleare my misted sight that I May hence view thy Divinity.

Over een wesp
Ik geloof niet zo in god, wel
ken ik soms een veel te groot gevoel
naar aanleiding van kleinigheid.
Misschien is dat wat overblijft
als je een wesp zo nauw beschrijft
en zo de afwerking bekijkt
dons satijn en bombazijn
van zo’n verstijvend lijfje
en weet dat het geen wonder is
of als je het een wonder noemt
je zelf, je oog, je medeleven
ook onder “wonder” mee mag doen.

Of je het nou over god hebt of niet, door zo te kijken kom je bij hetzelfde resultaat uit.

In de zomer heb je de kans om je pas te vertragen en te gaan kijken of ruiken of voelen.
Liever geen wesp voelen maar dan toch wel een rups. Die wordt door de snelle wielrenner platgereden
op het snelle fietspad van beton. De wandelaar kan de rups omzeilen en het wonder ontdekken.

In de protestantse kerkdienst gaat het er ook vaak weinig zintuiglijk aan toe.  De oren en het “rationele deel van de geest” werken zich een slag in de rondte terwijl neus en ogen, smaak en tastzin in slaap suffen. Vandaar ook dat bijbelverhalen vaak met weinig verbeeldingskracht  worden verteld en gehoord. Hoe de wijn op de bruiloft van Kana smaakt of ruikt? En welke kleur ze heeft? Hoe de opluchting van het bruidspaar voelt als water verandert in wijn? Geen idee. Wat is er veel te winnen als we alle zintuigen zouden gebruiken, achter de woorden leerden zien en ruiken. Daar heb je geen beamer voor nodig. Die heeft te weinig fantasie.

En als in een kerkdienst avondmaal gevierd wordt, kan het dan ook zintuiglijker? Ik ben er nog niet uit hoe. Een complete maaltijd? Dansen in plaats van schuifelen? Wijn die goed smaakt? Vredeskussen in plaats van een handdruk? Ik vrees dat dat laatste nog niet haalbaar is.
Maar het zou er wel spannend van worden…wie wat wat je aan wonderen zou ontdekken.

ds Lettie Oosterhof

(Ik kwam het gedicht tegen in de bundel: God in gedichten. Red. Harry Gielen en Piet Thomas)

In afwachting van inspiratie