Hans Andreus dichtte over bomen:

Bij een boom staande moet ik wel ademen als een boom. Naar een boom ziende zie ik hemel en aarde in elkanders armen. Want een boom, een boom is een bruiloft”.

 Ik volg de bruiloften vanuit mijn werkkamer: seizoen na seizoen . Al baart de droogte me ook zorgen en hangt de donkere wolk van de klimaatcrisis boven de bomen.

Een boom graaft zijn wortels diep in de grond. Een boom weet hoe belangrijk de aarde is en het onzichtbare voedsel dat zij biedt. En als ik op die grond in mijn tuin ga liggen zie ik hoe hoog die bomen zich naar de hemel strekken. Bomen laten zien dat hemel en aarde verbonden zijn als bruid en bruidegom. Ze kunnen niet zonder elkaar. Het aardse en het hemelse, de klei en de lucht, donker en licht, het lagere en het hogere. Ze vormen een geheel: kosmos, mens en God. Wie dat van elkaar losmaakt, wie de aarde alleen van de mensen laat zijn en het besef verliest van samenhang, die vergeet dat de aarde een geschenk is, dat je iets terug moet geven in ruil voor wat je kreeg, wie vergeet…

Jezus genas een blinde man en toen die zijn ogen voor de eerste keer opende zag hij nog niet meteen helder. Hij zag de mensen als bomen rondlopen. Prachtig. Daarna zag hij helder en de mensen zoals ze er echt uitzien. Maar misschien kunnen we onszelf niet vaak genoeg als bomen zien: verbindend, beseffend dat je afhankelijk bent van God en van de grond die jouw voedsel geeft. Misschien zag die blinde man de eerste keer wel beter dan de tweede keer.