Inspiratie 2018-12-08T11:18:47+00:00

Crack

Leonard Cohen heeft een tekst geschreven die intussen ook geliefd is als kerstkaart.

“Ring the bells that still can ring
Forget your perfect offering

There is a crack in everything
That’s how the light gets in.”
– from Anthem by Leonard Cohen

Als het om geloof gaat wordt deze zin vaak omgedraaid. Ik vat in één zin samen: “wat gaat het toch allemaal slecht, er kan geen God bestaan”.

Je blijft zo gemakkelijk bij het duister haken dat je geen oog meer hebt voor het licht. Bijbelverhalen vertellen dat God nu juist met dát licht te maken heeft. Het eerste verhaal begint met de alomvattende chaos waarin opeens een stem klinkt: “er zij licht”;  als een scheur dwars door de chaos.   Door het donkere dak komt licht binnen. Dat uitgeroepen licht verdwijnt ’s nachts maar des te beter zie je het als de ochtend begint.

Niets is perfect in het leven. Maar in plaats van al die duisternis op God’s conto te schrijven, kun je ook zeggen dat het geweldig is dat we in de duisternis sprankjes licht ontwaren: een kind in Bethlehem, een ster in het oosten en soms zelfs een engelenkoor.

Misschien moet je niet teveel gericht zijn op de perfectie in je leven:  in wat je doet, in hoe je eruit ziet, in je gezondheid.  Iemands perfecte buitenkant kan een donkere binnenkant verhullen. Licht kan alleen de ziel binnenstromen als deze gebroken is.

Als ik op de zuidas loop, zie ik louter perfecte kantoorkolossen. Allemaal verschillend want allemaal moeten ze natuurlijk origineel zijn. Maar tegelijk allemaal hetzelfde:  glimmend gepoetst en zo hoog mogelijk. En beneden zijn er eettentjes voor perfect geklede mensen. Uiteraard wordt daar  perfect voedsel geserveerd, op perfect opgemaakte bordjes. Hoe anders is het in Japan waar een kunstenaar bij het restaureren van een gebroken vaas de breuklijnen accentueert.

De zin van Cohen zie je ondertussen steeds meer: door de breuken en barsten boort zich licht naar binnen. Die overtuiging kom je gelukkig steeds meer tegen als kerstkaart, op t-shirts, ansichtkaarten, als citaat in boeken. En misschien ook wel op het servies in perfecte eettentjes op de zuidas.

Kerst 2018

 

 

 

 

Lieve deugd

In het voorjaar gaf ik een cursus over de “Zeven hoofdzonden”. Een sappig onderwerp waarover je eindeloos kunt praten. De hoofdvraag bij zo’n cursus is natuurlijk: wat mag een mens niet doen of wat kun je beter niet doen? En waarom doe je het toch, wetende dat je er jezelf of een ander mee beschadigt? Een kwestie van de werking van de hersenen, natuurlijke zwakheden of ooit nuttige mechanismen die nu achterhaald zijn? Het gesprek ging gepaard met al even sappige schilderijen van allerlei zonden.
Volgend voorjaar geef ik een cursus over deugdzaamheid. Dat was tijden lang een onderwerp waar je niet over praatte; iets voor moraalridders, saaie of vrome mensen. Maar het lijkt mij een minstens zo spannend onderwerp. Je moet met de billen bloot en jezelf de vraag stellen: aan welke deugd zou ik willen/moeten werken? Hoe kan ik werken aan mijn morele conditie?
Over normen en waarden zijn “mission statements” vol geschreven. Mooie voornemens waaraan men zich vervolgens niet hield. Over rechten en plichten gaat het ook vaak in het publieke debat.  Jij moet dit en ik heb recht op dat.  Maar praten over deugden gaat over jezelf, stelt eisen aan je zelf. Wat wil ik eigenlijk voor mens zijn en hoe kan ik dat leren?

De deugd van de moed omvat misschien wel alle andere deugden. Om deugdzaam te leven moet je moedig zijn, innerlijk vrij zijn.

Op 7 oktober is er in de kerk in Schoorl een vertelvoorstelling over Judith (zie activiteitenprogramma Zinnig en Zalig). Judith is de hoofdrolspeelster uit het gelijknamige bijbelboekje. Zij stelt aan ons de vraag: wat zou jij doen als het er op aankomt? Welke keuzes maak jij en waarom? Hoe moedig ben jij? Nu leefde Judith in een extreme oorlogstijd maar ook in het dagelijks leven komt het maar al te vaak voor dat je moedig moet zijn.  Als je volhardt in wat je belangrijk vindt. Als je je niet laat gek maken door een ander. Moed is de kracht die in je opkomt als je over je bangheid of schaamte heen wilt stappen. Vind jij het belangrijk om naar de kerk te gaan op zondagochtend? Wil jij uit de kast komen als homo, lesbo, christen (ja dat ook), moslim, vegetarier in een omgeving waarin dat niet algemeen geaccepteerd is? Wil jij aan de bel trekken als het op je werk onrechtvaardig toe gaat?
Dat vergt moed, courage to be.  Een lieve, dappere deugd.

September 2018

Wit

Als ik van u moet spreken,
doe ik alle mooie woorden weg
ik wil maar liever weinig zeggen
ik wil maar liever enkele kale woorden zeggen
wat arme kale woorden,
dat is mijn verhaal
mooie woorden denken alleen maar aan zichzelf,
ze weten van dienen niet
de goede woorden zijn arm en naakt als Franciscus
ze zijn trouw
enkele goede woorden,
dat is genoeg
want er mag niets komen tussen u en mij
eigenlijk wil ik liever met u zwijgen”

In het boek Geloof in de Publieke ruimte gaat het ergens over dode taal. Dat is taal zonder inhoud, of misleidende taal, fake news, twittertaal, haattaal, opzwepende taal. Het is taal die niet verbindt maar mensen scheidt. Waar we behoefte aan hebben, zegt de schrijver van het boek, Rowan Williams is levende taal. Taal die verbindt, zorgvuldige taal die niet meer zegt dan nodig en misschien wel helemaal niets. Het vluchtelingenkind op school dat nog geen woord Nederlands spreekt en geen woord verstaat, leeft op bij aandacht, een aai, een knuffel. Dat is levende taal zonder woorden. Misschien is dat wat J.C. van Schagen bedoelt in bovenstaand gedicht. Misschien is God meer te vinden in die knuffel dan in alle mogelijke woorden.
pinksteren 2018

 

Houvast..laat los

Ieders leven beweegt zich van houvast zoeken naar loslaten en omgekeerd. Je wordt van de navelstreng losgemaakt, maar je ouders houden je ook stevig vast als je leert te lopen of fietsen. Als puber wil je ze maar al te graag loslaten.  Voor sommige mensen is geloof houvast. Als ze dat niet zouden hebben zouden zorgen en verdriet in het leven zwaarder te verdragen zijn. Misschien ook hun angst voor het definitieve loslaten, het sterven.

De paasverhalen laten zich ook lezen als verhalen over houvast en loslaten. De vrienden en Jezus houden elkaar vast bij het laatste avondmaal. De leerlingen weten zich veilig in een oud ritueel. Zoals mensen zich veilig kunnen voelen als ze de kerk binnen stappen en vertrouwde handelingen uitvoeren. Maar het kan ook schijnveiligheid worden, een vlucht voor wat er elders in de wereld aan de hand is. Zo zien de leerlingen niet wat er staat te gebeuren. Dat Jezus niet als succesvolle koning ontvangen zal worden maar gezien zal worden als een mislukte profeet. Wanneer het er op aan komt rennen de meeste leerlingen weg of ontkennen ze hun vriendschap. De veiligheid van het ritueel is maar betrekkelijk.

Maar op de weg naar Golgotha zijn er ook dappere mensen die de mislukte profeet willen vasthouden. Ze trekken zich niets aan van de meerderheid die staat te lachen. Simon van Cyrene, de wenende vrouwen, ze blijven in hun hulpvaardigheid en verdriet bij hem. Onder het kruis staan er weer vrienden, onder wie Johannes en Maria Magdalena. Ze houden vol. Na zijn dood helpt Jozef van Arimatea hem de laatste eer te bewijzen. En dan na al deze gebeurtenissen is er weer Maria Magdalena die Jezus opnieuw wil vasthouden. “Blijf bij mij”.

En dan krijgt ze te horen: “Laat me los”. Loslaten is het laatste. Nu niet als vlucht of uit lafheid maar als een kind dat zijn ouders los moet laten en zelf op weg gaan. Wat ze van hem ontvangen heeft moet genoeg zijn om haar weg te vervolgen.

Het paasverhaal stelt de omstanders, de vrienden van Jezus steeds voor de keuze: vasthouden of loslaten. Waar laat je je door beheersen in je leven. Houd angst je in zijn greep langs de kant van de weg? Klamp je je vast aan schijnzekerheden? Of laat je je vasthouden door goedheid en idealen? Durf je volwassen te worden als Maria Magdalena? De opstanding van Pasen slaat even zeer op Jezus als op ons zijn volgelingen. Geen leerlingen meer maar grote mensen die erop uit gaan, wie weet waar naar toe.
pasen 2018

Wachten

Saint Kevin ging naar buiten om in de natuur te bidden. Hij bad om een zegen van God en hield daarbij zijn armen gestrekt en zijn handen geopend naar de hemel. Even later kwam er een merel aangevlogen. De merel ging zitten in de holte van Kevin’s hand en legde er haar eitjes in. Saint Kevin bleef net zo lang staan tot de eitjes waren uitgekomen en de jonge merels konden uitvliegen.

Sint Kevin is een voorbeeldig wachter. Waar een normaal mens wachten vaak beschouwt als een onoverkomelijk kwaad, een verspilling van tijd, gebeurt er in deze wachttijd van alles. Kevin moet zijn geestelijk uithoudingsvermogen testen, zijn spieren trainen. Hij moet geduld oefenen, de merel niet laten schrikken.

Zijn wachttijd lijkt op de veertigdagentijd of vastentijd, zes weken voor Pasen.
Een tijd van geestelijke training met de bedoeling om gedragspatronen te wijzigen of bij te stellen. Een tijd om stil te staan bij jezelf en je zwaktes. Een soort retraite, zelfreflectie. Zo is het een oude traditie die weer terug lijkt te komen; men vult het op allerlei manieren in: sober eten, sober leven, stilte creeeren.
In de kerk is het de tijd die we onderweg zijn naar Jeruzalem waar de laatste dagen van Jezus aanbreken voordat hij sterft.  Je probeert de betekenis van zijn verhaal een plek te geven in je eigen leven.
De gewone tijd wordt even onderbroken door een andere tijd. De tijd van doortikkende klokken wordt vervangen door een trage tijd. Zo komt er ruimte voor nieuwe gedachten, kracht, inspiratie, moed. Allemaal paaseitjes die met Pasen openbreken.  Doe je handen maar open en wie weet wat er in valt.
vastentijd 2018

 

Over ladders en tonen

Kerst en muziek horen bij elkaar. Iedereen heeft zo zijn favoriete liederen vol engelen, stallen en jingle bells. De meningen lopen uiteen. Het kerstvolkslied: Ere zij God (staande gezongen aan het eind van de kerstnachtdienst) is voor de een terugkerende muzikale kwelling, voor de ander het absolute hoogtepunt.
Lukas, de kerstevangelist bij uitstek, houdt ook van zingen. Hij componeert het oudste kerstlied: Gloria in Excelsis Deo. Dat wordt door de engelenlegerscharen uit volle borst ingezet. Maar het lied van Maria is daar al aan voorafgegaan. En dat is niet bepaald een wiegeliedje zoals je zou verwachten van deze bescheiden moeder Gods. Integendeel: het is een stevig protestlied, een krachtig loflied. Vol enthousiasme bewegen de noten zich van hoog naar laag op hun ladder. Armen worden verheven, rijken verlaagd. Volle handen voor de armoedzaaiers, lege handen voor de miljonairs. God die vanuit den hoge naar beneden kijkt. Hopeloze hoop. In het Oude Testament zong een andere aanstaande moeder ongeveer hetzelfde lied. Zij hoopte ook op een betere wereld met een andere inkomensverdeling.
Toch verandert er wel iets als Maria haar lied zingt. Het is het begin van een radikaal ander Godsbeeld. Met de noten kukelt God ook van de ladder naar beneden. Alsof hij zich te diep naar beneden boog.
En sindsdien is God op aarde om daar niet meer weg te gaan. Daar baant hij zich een weg met zijn hopeloze grote hoeveelheid ontferming en barmhartigheid. Je komt hem of haar tegen in het kind dat Jezus wordt genoemd en daarna in mensen als die door heilige geest bewogen anderen helpen zonder er iets voor terug te verwachten. Of je komt hem tegen in een roos die zomaar bloeit, “om niet”. Of in een moment van verrukking op de rommelmarkt in Groet. Of is dat al te aards? Nou vooruit, ik zeg het deftig: je komt hem/haar tegen als een mensenleven een moment lang oplicht, als een ster in de kosmische leegte. God bestaat niet meer als “God” maar wel als roos, mens, geschenk, ontmoeting. Overal waar het leven in goedheid of schoonheid wordt bevestigd, al is het maar voor een moment.

Deze gedachten kwam ik tegen in het boekje van de theoloog John D. Caputo: Hopeloos hoopvol. Het gaat met me mee omdat ik wel wat van die hoop kan gebruiken in een hopeloze wereld. Overbodig is ze niet want af en toe helpt het je om die roos te zien of het geschenk dat je buurvrouw je geeft “om niet”. Of…
Hopeloze hoop, dat wens ik u met handenvol toe in 2018.
december 2017

 

Een verhaal bij de laatste zondag van het kerkelijk jaar

Meneer Pomeroy was al oud. Maar wat had hij veel gedaan in zijn leven. Ontdekkingsreiziger, verhalenverteller, dichter, hij had ook willen zingen maar dan liepen de mensen weg. En toen dacht hij: nu stop ik en ga ik rustig zitten en een beetje mijmeren. Maar als hij zo zat werd hij toch onrustig. Hij wilde zo graag nog reizen, mensen ontmoeten, dingen zien. En met zijn oude lijf ging hij toch nog een keer op reis. Een stok, handschoenen en  hoed, een vlieger (want hij hield zo van de wolken), een zwembroek (want hij hield zo van de zee), en zijn cello (want hij hield zo van Bach) . Zoveel als hij nog kon dragen. Hij reisde en voelde zich vrij. Hij ontmoette nieuwe mensen en dieren. Maar toen op een herfstdag was hij zo moe dat hij tegen een boom aan ging zitten en dacht: ik ziet hier goed onder die beuk. In het bos, niet ver van de zee. Zo is het wel goed. Maar ik wil zo graag iedereen en alles bedanken. Hij dacht …

Ik weet het. Ik ga mezelf uitdelen. En daar begon hij. Eerst gaf hij zijn knoopsgat weg aan een  bloem. Want de bloemen hadden hem opgefleurd zodat de meisjes naar hem keken. En toen zijn handschoenen als slaapzak voor de zeesterren. En toen zijn stok als steuntje voor de berkenboom. En toen zijn hoed aan het hertengewei zodat het hert op een jager leek en niet werd doodgeschoten. O ja, zijn cello. Die gaf hij aan het hele bos om ’s nachts op te spelen als de uilen huilden. En toen…gaf hij zijn lichaam weg.

Dat klinkt misschien een beetje raar maar als je gaat sterven heb je dat niet meer nodig. Zijn armen gaf hij aan een oude boom met weinig takken, zijn benen aan een verdwaalde zeemeermin, zijn oren aan de schelpen op het strand.. Zijn glimlach aan de oude mensen op de bankjes voor de kerk. En toen had hij alleen nog zijn dromen. Die gaf hij aan de kinderen.
Hij vroeg de wind om ze naar hen toe te blazen als ze naar school fietsten of door het open raam als ze in bed lagen. Ach, dacht meneer Pomeroy: als je jezelf uitdeelt is sterven niet zo moeilijk… En eigenlijk is hij ook nooit echt weg, meneer P. De wind en de oude mensen, de kinderen en de zee, ze praten over hem tot op de dag van dit verhaal.
november 2017

 

Week van de eenzaamheid

Eenzaamheid is er in soorten en maten: voor elk wat wils. Sociale eenzaamheid, existentiele eenzaamheid, kortdurende, langdurende eenzaamheid. Eenzaamheid is vaak onzichtbaar want genant. Je wilt niet zeuren, je wilt geen loser zijn.

Bij Jezus worden eenzame mensen zichtbaar. Je struikelt over de verhalen waarin ze een rol spelen. Lukas (7: 36-50) schrijft bijvoorbeeld over een vrouw zonder naam. Ze wordt alleen zondares genoemd. Ze is anders. Ze leeft niet naar de nette gewoonten van nette mensen. Misschien was ze de prostituee waarvoor ze vaak gehouden is, misschien was ze gek: manisch depressief, borderline, misschien asociaal, verslaafd, hoe dan ook raar, anders. Ze is als een vrouw zonder hoofddoek in Saoedi Arabie.

Het speelt zich af in het huis van Simon de Farizeeer waar Jezus te gast is: hapje meeprikken, een goed gesprek over God-iets-of-niets.
Maar zij komt binnen met een fles vol olie, huilend.  En dan gaat ze ook nog de voeten van Jezus zalven. Vreemde toestand natuurlijk maar ik beperk me in dit stukje tot de houding van Simon. Normaal gesproken laat hij zo’n raar mens verwijderen. Zulke mensen passen niet in zijn leven, vormen een smet op zijn blazoen. Nu moet hij gegeneerd toekijken hoe zijn gast zich laat verwennen.

Simon is niet slecht. Maar Jezus legt in dit verhaal wel zijn gespletenheid bloot. Simon hongert naar een goed gesprek over God en is tegelijk blind voor deze vrouw. Lezen over God, leven zonder liefde. Wat is groter eenzaamheid?

Kunnen deugdzaamheid en geleerdheid je relatie tot God in de weg staan? De concrete God van de balsemolie?

In een aantal steden in Nederland werken dichters voor de Stichting Eenzame Uitvaart. Ze maken een gedicht voor iemand die in volstrekte eenzaamheid is gestorven. De dichter doet zijn best iets van het levensverhaal van de overledene te achterhalen. Hem of haar zichtbaar te maken. Dit is een gedicht voor een naamloze Amsterdammer gevonden in de Albert Cuypstraat. Een man zonder papieren,  illegaal. Het gedicht stelt een vraag.

Sans-papiers

In dit gedicht is niet aan mij gedacht.
Wat zou het ook? Die vreemde in de tram,
die man daar in die witbeslagen ruit
ben ik. Een vlek. Een veeg. Nog niet gewist
en als de dood te worden uitgelicht.

Wat als ik doodleuk de Messias was
en hier op deze tramlijn liefde bracht?
In dit gedicht is niet aan mij gedacht.
Vlak voor het eind werd ik geschrapt. De Dam,
het Spui, de Albert Cuyp. Ik moest eruit.
(Menno Wigman)

oktober 2017

 

Vakantie

Ik heb weer eens een digitaal fotoalbum gemaakt. Deze keer van mijn reis naar Engeland. Veel ‘grazige weiden, waat’ren der rust en schapen’, maar geen ‘herders’ gezien. Beetje saai misschien om een fotoalbum mee te vullen, maar de herinnering blijft en het is wel mooi om doorheen te lopen.
Er is een reclame voor fotoalbums. Daarin wordt uitgelegd hoe je een album moet maken en hoe je kunt suggereren dat je een supervakantie had ook als die beroerd was. In deze reclame gaat het over regenvakanties die in zonvakanties veranderen. Wolkjes er af knippen, de stress eruit en alleen vrolijk gelach op de top van de berg. In mijn geval plak ik woest aantrekkelijke herders tussen de schapen. Maar de mooiste vakantieverhalen gaan altijd over wat misging. Dat onthoud je. Hoe ik verdwaalde in een donker bos vol naaldbomen en hoe mijn dappere zoon ons een weg moest hakken en hoe we elkaar de schuld gaven. ’s Avonds haalde ik onder de douche nog de dennennaalden weg.

Het streven naar perfectie is echt iets van deze tijd. Aan plastische chirurgie kun je verslaafd raken. Het is net als met schoonmaken: heb je het ene vlekje weggewerkt, zie je alweer het volgende. Maakbaarheid is een last. Je moet zoveel beslissen over je uiterlijk, over de datum waarop je aan een kind moet beginnen, levenseinde, wel of geen behandelingen. Keuzestress.
Maakbaarheid staat ook haaks op het wat stoffig geworden woord dankbaarheid. Als je dankbaar bent, gaat het namelijk om iets wat je zomaar ontvangt, gratis. Waar je niet aan hebt hoeven sleutelen of niks voor hoeft terug te doen. Wat je hebt gekregen van God of……
In de psalmen gaat het voortdurend over dankbaarheid. Maar wat die dankbaarheid anders maakt dan de plastic jubel van het album  is dat ze altijd samen gaat met de klacht. Licht is niet zonder donker verkrijgbaar. De psalmen zijn geen lieve versjes, maar gedichten van mensen die het moeilijk hebben in het leven. Maar altijd volgt ergens in het lied een regel van dankbaarheid of halleluja.

‘In het leven kan het zo gaan dat je teleurgesteld wordt: in mensen, in de liefde van je leven. Het woord God zegt je niets meer, de kerk blijkt een plek van zelfingenomen mensen, die voortdurend hakketakken over niets. Het liefst wil je weglopen. Wijsheid is: de waarheid accepteren. Moed is: doorgaan met leven, desondanks. En geloof is: ontdekken dat je, in het diepst van je ziel, in het hart van wie je bent, bewogen wordt om voor het leven dankbaar te zijn.’ (aangepast citaat uit Mijn heldere afgrond, Christian Witman).

 Dat je bewogen wordt tot dankbaarheid. Alsof er iets in je werkt, een goddelijk motortje…..Maar misschien moet je het wel zelf aanzetten. Door bijvoorbeeld psalm 23 met een krakende stem te zingen op je ziekbed; van grazige weiden en waat’ren der rust en daar in de verte, ja echt, een goede, stoere herder.
augustus 2017

Iona

In mei was ik in het klooster op het eiland Iona. Op het programma stond een rondleiding.
Ik verwachtte een gids met een lijstje af te werken bezinswaardigheden. Het ging heel anders.
We werden onze eigen gidsen en op pad gestuurd met opdrachten. Al onze zintuigen moesten
we inzetten: muren voelen, kloostergeuren opsnuiven, op het gras gaan liggen en ontdekken
wat een wereld aan kleine bloemetjes en mosjes daarin schuilgaan. Zo ontdekten we meer dan anders door
onze pas te vertragen en al onze zintuigen in te zetten. Alles kreeg een extra dimensie.

Judith Herzberg heeft een gedicht geschreven waarin zij dit verwoordt.
Het gedicht  wordt voorafgegaan door een citaat:
Lord cleare my misted sight that I May hence view thy Divinity.

Over een wesp
Ik geloof niet zo in god, wel
ken ik soms een veel te groot gevoel
naar aanleiding van kleinigheid.
Misschien is dat wat overblijft
als je een wesp zo nauw beschrijft
en zo de afwerking bekijkt
dons satijn en bombazijn
van zo’n verstijvend lijfje
en weet dat het geen wonder is
of als je het een wonder noemt
je zelf, je oog, je medeleven
ook onder “wonder” mee mag doen.

Of je het nou over god hebt of niet, door zo te kijken kom je bij hetzelfde resultaat uit.

In de zomer heb je de kans om je pas te vertragen en te gaan kijken of ruiken of voelen.
Liever geen wesp voelen maar dan toch wel een rups. Die wordt door de snelle wielrenner platgereden
op het snelle fietspad van beton. De wandelaar kan de rups omzeilen en het wonder ontdekken.

In de protestantse kerkdienst gaat het er ook vaak weinig zintuiglijk aan toe.  De oren en het “rationele deel van de geest” werken zich een slag in de rondte terwijl neus en ogen, smaak en tastzin in slaap suffen. Vandaar ook dat bijbelverhalen vaak met weinig verbeeldingskracht  worden verteld en gehoord. Hoe de wijn op de bruiloft van Kana smaakt of ruikt? En welke kleur ze heeft? Hoe de opluchting van het bruidspaar voelt als water verandert in wijn? Geen idee. Wat is er veel te winnen als we alle zintuigen zouden gebruiken, achter de woorden leerden zien en ruiken. Daar heb je geen beamer voor nodig. Die heeft te weinig fantasie.

En als in een kerkdienst avondmaal gevierd wordt, kan het dan ook zintuiglijker? Ik ben er nog niet uit hoe. Een complete maaltijd? Dansen in plaats van schuifelen? Wijn die goed smaakt? Vredeskussen in plaats van een handdruk? Ik vrees dat dat laatste nog niet haalbaar is.
Maar het zou er wel spannend van worden…wie wat wat je aan wonderen zou ontdekken.
mei 2017

Wit

Als ik van u moet spreken,
doe ik alle mooie woorden weg
ik wil maar liever weinig zeggen
ik wil maar liever enkele kale woorden zeggen
wat arme kale woorden,
dat is mijn verhaal
mooie woorden denken alleen maar aan zichzelf,
ze weten van dienen niet
de goede woorden zijn arm en naakt als Franciscus
ze zijn trouw
enkele goede woorden,
dat is genoeg
want er mag niets komen tussen u en mij
eigenlijk wil ik liever met u zwijgen”

In het boek Geloof in de Publieke ruimte gaat het ergens over dode taal. Dat is taal zonder inhoud, of misleidende taal, fake news, twittertaal, haattaal, opzwepende taal. Het is taal die niet verbindt maar mensen scheidt. Waar we behoefte aan hebben, zegt de schrijver van het boek, Rowan Williams is levende taal. Taal die verbindt, zorgvuldige taal die niet meer zegt dan nodig en misschien wel helemaal niets. Het vluchtelingenkind op school dat nog geen woord Nederlands spreekt en geen woord verstaat, leeft op bij aandacht, een aai, een knuffel. Dat is levende taal zonder woorden. Misschien is dat wat J.C. van Schagen bedoelt in bovenstaand gedicht. Misschien is God meer te vinden in die knuffel dan in alle mogelijke woorden.
pinksteren 2018

 

Houvast..laat los

Ieders leven beweegt zich van houvast zoeken naar loslaten en omgekeerd. Je wordt van de navelstreng losgemaakt, maar je ouders houden je ook stevig vast als je leert te lopen of fietsen. Als puber wil je ze maar al te graag loslaten.  Voor sommige mensen is geloof houvast. Als ze dat niet zouden hebben zouden zorgen en verdriet in het leven zwaarder te verdragen zijn. Misschien ook hun angst voor het definitieve loslaten, het sterven.

De paasverhalen laten zich ook lezen als verhalen over houvast en loslaten. De vrienden en Jezus houden elkaar vast bij het laatste avondmaal. De leerlingen weten zich veilig in een oud ritueel. Zoals mensen zich veilig kunnen voelen als ze de kerk binnen stappen en vertrouwde handelingen uitvoeren. Maar het kan ook schijnveiligheid worden, een vlucht voor wat er elders in de wereld aan de hand is. Zo zien de leerlingen niet wat er staat te gebeuren. Dat Jezus niet als succesvolle koning ontvangen zal worden maar gezien zal worden als een mislukte profeet. Wanneer het er op aan komt rennen de meeste leerlingen weg of ontkennen ze hun vriendschap. De veiligheid van het ritueel is maar betrekkelijk.

Maar op de weg naar Golgotha zijn er ook dappere mensen die de mislukte profeet willen vasthouden. Ze trekken zich niets aan van de meerderheid die staat te lachen. Simon van Cyrene, de wenende vrouwen, ze blijven in hun hulpvaardigheid en verdriet bij hem. Onder het kruis staan er weer vrienden, onder wie Johannes en Maria Magdalena. Ze houden vol. Na zijn dood helpt Jozef van Arimatea hem de laatste eer te bewijzen. En dan na al deze gebeurtenissen is er weer Maria Magdalena die Jezus opnieuw wil vasthouden. “Blijf bij mij”.

En dan krijgt ze te horen: “Laat me los”. Loslaten is het laatste. Nu niet als vlucht of uit lafheid maar als een kind dat zijn ouders los moet laten en zelf op weg gaan. Wat ze van hem ontvangen heeft moet genoeg zijn om haar weg te vervolgen.

Het paasverhaal stelt de omstanders, de vrienden van Jezus steeds voor de keuze: vasthouden of loslaten. Waar laat je je door beheersen in je leven. Houd angst je in zijn greep langs de kant van de weg? Klamp je je vast aan schijnzekerheden? Of laat je je vasthouden door goedheid en idealen? Durf je volwassen te worden als Maria Magdalena? De opstanding van Pasen slaat even zeer op Jezus als op ons zijn volgelingen. Geen leerlingen meer maar grote mensen die erop uit gaan, wie weet waar naar toe.
pasen 2018

Wachten

Saint Kevin ging naar buiten om in de natuur te bidden. Hij bad om een zegen van God en hield daarbij zijn armen gestrekt en zijn handen geopend naar de hemel. Even later kwam er een merel aangevlogen. De merel ging zitten in de holte van Kevin’s hand en legde er haar eitjes in. Saint Kevin bleef net zo lang staan tot de eitjes waren uitgekomen en de jonge merels konden uitvliegen.

Sint Kevin is een voorbeeldig wachter. Waar een normaal mens wachten vaak beschouwt als een onoverkomelijk kwaad, een verspilling van tijd, gebeurt er in deze wachttijd van alles. Kevin moet zijn geestelijk uithoudingsvermogen testen, zijn spieren trainen. Hij moet geduld oefenen, de merel niet laten schrikken.

Zijn wachttijd lijkt op de veertigdagentijd of vastentijd, zes weken voor Pasen.
Een tijd van geestelijke training met de bedoeling om gedragspatronen te wijzigen of bij te stellen. Een tijd om stil te staan bij jezelf en je zwaktes. Een soort retraite, zelfreflectie. Zo is het een oude traditie die weer terug lijkt te komen; men vult het op allerlei manieren in: sober eten, sober leven, stilte creeeren.
In de kerk is het de tijd die we onderweg zijn naar Jeruzalem waar de laatste dagen van Jezus aanbreken voordat hij sterft.  Je probeert de betekenis van zijn verhaal een plek te geven in je eigen leven.
De gewone tijd wordt even onderbroken door een andere tijd. De tijd van doortikkende klokken wordt vervangen door een trage tijd. Zo komt er ruimte voor nieuwe gedachten, kracht, inspiratie, moed. Allemaal paaseitjes die met Pasen openbreken.  Doe je handen maar open en wie weet wat er in valt.
vastentijd 2018

 

Over ladders en tonen

Kerst en muziek horen bij elkaar. Iedereen heeft zo zijn favoriete liederen vol engelen, stallen en jingle bells. De meningen lopen uiteen. Het kerstvolkslied: Ere zij God (staande gezongen aan het eind van de kerstnachtdienst) is voor de een terugkerende muzikale kwelling, voor de ander het absolute hoogtepunt.
Lukas, de kerstevangelist bij uitstek, houdt ook van zingen. Hij componeert het oudste kerstlied: Gloria in Excelsis Deo. Dat wordt door de engelenlegerscharen uit volle borst ingezet. Maar het lied van Maria is daar al aan voorafgegaan. En dat is niet bepaald een wiegeliedje zoals je zou verwachten van deze bescheiden moeder Gods. Integendeel: het is een stevig protestlied, een krachtig loflied. Vol enthousiasme bewegen de noten zich van hoog naar laag op hun ladder. Armen worden verheven, rijken verlaagd. Volle handen voor de armoedzaaiers, lege handen voor de miljonairs. God die vanuit den hoge naar beneden kijkt. Hopeloze hoop. In het Oude Testament zong een andere aanstaande moeder ongeveer hetzelfde lied. Zij hoopte ook op een betere wereld met een andere inkomensverdeling.
Toch verandert er wel iets als Maria haar lied zingt. Het is het begin van een radikaal ander Godsbeeld. Met de noten kukelt God ook van de ladder naar beneden. Alsof hij zich te diep naar beneden boog.
En sindsdien is God op aarde om daar niet meer weg te gaan. Daar baant hij zich een weg met zijn hopeloze grote hoeveelheid ontferming en barmhartigheid. Je komt hem of haar tegen in het kind dat Jezus wordt genoemd en daarna in mensen als die door heilige geest bewogen anderen helpen zonder er iets voor terug te verwachten. Of je komt hem tegen in een roos die zomaar bloeit, “om niet”. Of in een moment van verrukking op de rommelmarkt in Groet. Of is dat al te aards? Nou vooruit, ik zeg het deftig: je komt hem/haar tegen als een mensenleven een moment lang oplicht, als een ster in de kosmische leegte. God bestaat niet meer als “God” maar wel als roos, mens, geschenk, ontmoeting. Overal waar het leven in goedheid of schoonheid wordt bevestigd, al is het maar voor een moment.

Deze gedachten kwam ik tegen in het boekje van de theoloog John D. Caputo: Hopeloos hoopvol. Het gaat met me mee omdat ik wel wat van die hoop kan gebruiken in een hopeloze wereld. Overbodig is ze niet want af en toe helpt het je om die roos te zien of het geschenk dat je buurvrouw je geeft “om niet”. Of…
Hopeloze hoop, dat wens ik u met handenvol toe in 2018.
december 2017

 

Een verhaal bij de laatste zondag van het kerkelijk jaar

Meneer Pomeroy was al oud. Maar wat had hij veel gedaan in zijn leven. Ontdekkingsreiziger, verhalenverteller, dichter, hij had ook willen zingen maar dan liepen de mensen weg. En toen dacht hij: nu stop ik en ga ik rustig zitten en een beetje mijmeren. Maar als hij zo zat werd hij toch onrustig. Hij wilde zo graag nog reizen, mensen ontmoeten, dingen zien. En met zijn oude lijf ging hij toch nog een keer op reis. Een stok, handschoenen en  hoed, een vlieger (want hij hield zo van de wolken), een zwembroek (want hij hield zo van de zee), en zijn cello (want hij hield zo van Bach) . Zoveel als hij nog kon dragen. Hij reisde en voelde zich vrij. Hij ontmoette nieuwe mensen en dieren. Maar toen op een herfstdag was hij zo moe dat hij tegen een boom aan ging zitten en dacht: ik ziet hier goed onder die beuk. In het bos, niet ver van de zee. Zo is het wel goed. Maar ik wil zo graag iedereen en alles bedanken. Hij dacht …

Ik weet het. Ik ga mezelf uitdelen. En daar begon hij. Eerst gaf hij zijn knoopsgat weg aan een  bloem. Want de bloemen hadden hem opgefleurd zodat de meisjes naar hem keken. En toen zijn handschoenen als slaapzak voor de zeesterren. En toen zijn stok als steuntje voor de berkenboom. En toen zijn hoed aan het hertengewei zodat het hert op een jager leek en niet werd doodgeschoten. O ja, zijn cello. Die gaf hij aan het hele bos om ’s nachts op te spelen als de uilen huilden. En toen…gaf hij zijn lichaam weg.

Dat klinkt misschien een beetje raar maar als je gaat sterven heb je dat niet meer nodig. Zijn armen gaf hij aan een oude boom met weinig takken, zijn benen aan een verdwaalde zeemeermin, zijn oren aan de schelpen op het strand.. Zijn glimlach aan de oude mensen op de bankjes voor de kerk. En toen had hij alleen nog zijn dromen. Die gaf hij aan de kinderen.
Hij vroeg de wind om ze naar hen toe te blazen als ze naar school fietsten of door het open raam als ze in bed lagen. Ach, dacht meneer Pomeroy: als je jezelf uitdeelt is sterven niet zo moeilijk… En eigenlijk is hij ook nooit echt weg, meneer P. De wind en de oude mensen, de kinderen en de zee, ze praten over hem tot op de dag van dit verhaal.
november 2017

 

Week van de eenzaamheid

Eenzaamheid is er in soorten en maten: voor elk wat wils. Sociale eenzaamheid, existentiele eenzaamheid, kortdurende, langdurende eenzaamheid. Eenzaamheid is vaak onzichtbaar want genant. Je wilt niet zeuren, je wilt geen loser zijn.

Bij Jezus worden eenzame mensen zichtbaar. Je struikelt over de verhalen waarin ze een rol spelen. Lukas (7: 36-50) schrijft bijvoorbeeld over een vrouw zonder naam. Ze wordt alleen zondares genoemd. Ze is anders. Ze leeft niet naar de nette gewoonten van nette mensen. Misschien was ze de prostituee waarvoor ze vaak gehouden is, misschien was ze gek: manisch depressief, borderline, misschien asociaal, verslaafd, hoe dan ook raar, anders. Ze is als een vrouw zonder hoofddoek in Saoedi Arabie.

Het speelt zich af in het huis van Simon de Farizeeer waar Jezus te gast is: hapje meeprikken, een goed gesprek over God-iets-of-niets.
Maar zij komt binnen met een fles vol olie, huilend.  En dan gaat ze ook nog de voeten van Jezus zalven. Vreemde toestand natuurlijk maar ik beperk me in dit stukje tot de houding van Simon. Normaal gesproken laat hij zo’n raar mens verwijderen. Zulke mensen passen niet in zijn leven, vormen een smet op zijn blazoen. Nu moet hij gegeneerd toekijken hoe zijn gast zich laat verwennen.

Simon is niet slecht. Maar Jezus legt in dit verhaal wel zijn gespletenheid bloot. Simon hongert naar een goed gesprek over God en is tegelijk blind voor deze vrouw. Lezen over God, leven zonder liefde. Wat is groter eenzaamheid?

Kunnen deugdzaamheid en geleerdheid je relatie tot God in de weg staan? De concrete God van de balsemolie?

In een aantal steden in Nederland werken dichters voor de Stichting Eenzame Uitvaart. Ze maken een gedicht voor iemand die in volstrekte eenzaamheid is gestorven. De dichter doet zijn best iets van het levensverhaal van de overledene te achterhalen. Hem of haar zichtbaar te maken. Dit is een gedicht voor een naamloze Amsterdammer gevonden in de Albert Cuypstraat. Een man zonder papieren,  illegaal. Het gedicht stelt een vraag.

Sans-papiers

In dit gedicht is niet aan mij gedacht.
Wat zou het ook? Die vreemde in de tram,
die man daar in die witbeslagen ruit
ben ik. Een vlek. Een veeg. Nog niet gewist
en als de dood te worden uitgelicht.

Wat als ik doodleuk de Messias was
en hier op deze tramlijn liefde bracht?
In dit gedicht is niet aan mij gedacht.
Vlak voor het eind werd ik geschrapt. De Dam,
het Spui, de Albert Cuyp. Ik moest eruit.
(Menno Wigman)

oktober 2017

 

Vakantie

Ik heb weer eens een digitaal fotoalbum gemaakt. Deze keer van mijn reis naar Engeland. Veel ‘grazige weiden, waat’ren der rust en schapen’, maar geen ‘herders’ gezien. Beetje saai misschien om een fotoalbum mee te vullen, maar de herinnering blijft en het is wel mooi om doorheen te lopen.
Er is een reclame voor fotoalbums. Daarin wordt uitgelegd hoe je een album moet maken en hoe je kunt suggereren dat je een supervakantie had ook als die beroerd was. In deze reclame gaat het over regenvakanties die in zonvakanties veranderen. Wolkjes er af knippen, de stress eruit en alleen vrolijk gelach op de top van de berg. In mijn geval plak ik woest aantrekkelijke herders tussen de schapen. Maar de mooiste vakantieverhalen gaan altijd over wat misging. Dat onthoud je. Hoe ik verdwaalde in een donker bos vol naaldbomen en hoe mijn dappere zoon ons een weg moest hakken en hoe we elkaar de schuld gaven. ’s Avonds haalde ik onder de douche nog de dennennaalden weg.

Het streven naar perfectie is echt iets van deze tijd. Aan plastische chirurgie kun je verslaafd raken. Het is net als met schoonmaken: heb je het ene vlekje weggewerkt, zie je alweer het volgende. Maakbaarheid is een last. Je moet zoveel beslissen over je uiterlijk, over de datum waarop je aan een kind moet beginnen, levenseinde, wel of geen behandelingen. Keuzestress.
Maakbaarheid staat ook haaks op het wat stoffig geworden woord dankbaarheid. Als je dankbaar bent, gaat het namelijk om iets wat je zomaar ontvangt, gratis. Waar je niet aan hebt hoeven sleutelen of niks voor hoeft terug te doen. Wat je hebt gekregen van God of……
In de psalmen gaat het voortdurend over dankbaarheid. Maar wat die dankbaarheid anders maakt dan de plastic jubel van het album  is dat ze altijd samen gaat met de klacht. Licht is niet zonder donker verkrijgbaar. De psalmen zijn geen lieve versjes, maar gedichten van mensen die het moeilijk hebben in het leven. Maar altijd volgt ergens in het lied een regel van dankbaarheid of halleluja.

‘In het leven kan het zo gaan dat je teleurgesteld wordt: in mensen, in de liefde van je leven. Het woord God zegt je niets meer, de kerk blijkt een plek van zelfingenomen mensen, die voortdurend hakketakken over niets. Het liefst wil je weglopen. Wijsheid is: de waarheid accepteren. Moed is: doorgaan met leven, desondanks. En geloof is: ontdekken dat je, in het diepst van je ziel, in het hart van wie je bent, bewogen wordt om voor het leven dankbaar te zijn.’ (aangepast citaat uit Mijn heldere afgrond, Christian Witman).

 Dat je bewogen wordt tot dankbaarheid. Alsof er iets in je werkt, een goddelijk motortje…..Maar misschien moet je het wel zelf aanzetten. Door bijvoorbeeld psalm 23 met een krakende stem te zingen op je ziekbed; van grazige weiden en waat’ren der rust en daar in de verte, ja echt, een goede, stoere herder.
augustus 2017

Iona

In mei was ik in het klooster op het eiland Iona. Op het programma stond een rondleiding.
Ik verwachtte een gids met een lijstje af te werken bezinswaardigheden. Het ging heel anders.
We werden onze eigen gidsen en op pad gestuurd met opdrachten. Al onze zintuigen moesten
we inzetten: muren voelen, kloostergeuren opsnuiven, op het gras gaan liggen en ontdekken
wat een wereld aan kleine bloemetjes en mosjes daarin schuilgaan. Zo ontdekten we meer dan anders door
onze pas te vertragen en al onze zintuigen in te zetten. Alles kreeg een extra dimensie.

Judith Herzberg heeft een gedicht geschreven waarin zij dit verwoordt.
Het gedicht  wordt voorafgegaan door een citaat:
Lord cleare my misted sight that I May hence view thy Divinity.

Over een wesp
Ik geloof niet zo in god, wel
ken ik soms een veel te groot gevoel
naar aanleiding van kleinigheid.
Misschien is dat wat overblijft
als je een wesp zo nauw beschrijft
en zo de afwerking bekijkt
dons satijn en bombazijn
van zo’n verstijvend lijfje
en weet dat het geen wonder is
of als je het een wonder noemt
je zelf, je oog, je medeleven
ook onder “wonder” mee mag doen.

Of je het nou over god hebt of niet, door zo te kijken kom je bij hetzelfde resultaat uit.

In de zomer heb je de kans om je pas te vertragen en te gaan kijken of ruiken of voelen.
Liever geen wesp voelen maar dan toch wel een rups. Die wordt door de snelle wielrenner platgereden
op het snelle fietspad van beton. De wandelaar kan de rups omzeilen en het wonder ontdekken.

In de protestantse kerkdienst gaat het er ook vaak weinig zintuiglijk aan toe.  De oren en het “rationele deel van de geest” werken zich een slag in de rondte terwijl neus en ogen, smaak en tastzin in slaap suffen. Vandaar ook dat bijbelverhalen vaak met weinig verbeeldingskracht  worden verteld en gehoord. Hoe de wijn op de bruiloft van Kana smaakt of ruikt? En welke kleur ze heeft? Hoe de opluchting van het bruidspaar voelt als water verandert in wijn? Geen idee. Wat is er veel te winnen als we alle zintuigen zouden gebruiken, achter de woorden leerden zien en ruiken. Daar heb je geen beamer voor nodig. Die heeft te weinig fantasie.

En als in een kerkdienst avondmaal gevierd wordt, kan het dan ook zintuiglijker? Ik ben er nog niet uit hoe. Een complete maaltijd? Dansen in plaats van schuifelen? Wijn die goed smaakt? Vredeskussen in plaats van een handdruk? Ik vrees dat dat laatste nog niet haalbaar is.
Maar het zou er wel spannend van worden…wie wat wat je aan wonderen zou ontdekken.
mei 2017

Wit

Als ik van u moet spreken,
doe ik alle mooie woorden weg
ik wil maar liever weinig zeggen
ik wil maar liever enkele kale woorden zeggen
wat arme kale woorden,
dat is mijn verhaal
mooie woorden denken alleen maar aan zichzelf,
ze weten van dienen niet
de goede woorden zijn arm en naakt als Franciscus
ze zijn trouw
enkele goede woorden,
dat is genoeg
want er mag niets komen tussen u en mij
eigenlijk wil ik liever met u zwijgen”

In het boek Geloof in de Publieke ruimte gaat het ergens over dode taal. Dat is taal zonder inhoud, of misleidende taal, fake news, twittertaal, haattaal, opzwepende taal. Het is taal die niet verbindt maar mensen scheidt. Waar we behoefte aan hebben, zegt de schrijver van het boek, Rowan Williams is levende taal. Taal die verbindt, zorgvuldige taal die niet meer zegt dan nodig en misschien wel helemaal niets. Het vluchtelingenkind op school dat nog geen woord Nederlands spreekt en geen woord verstaat, leeft op bij aandacht, een aai, een knuffel. Dat is levende taal zonder woorden. Misschien is dat wat J.C. van Schagen bedoelt in bovenstaand gedicht. Misschien is God meer te vinden in die knuffel dan in alle mogelijke woorden.
pinksteren 2018

 

Houvast..laat los

Ieders leven beweegt zich van houvast zoeken naar loslaten en omgekeerd. Je wordt van de navelstreng losgemaakt, maar je ouders houden je ook stevig vast als je leert te lopen of fietsen. Als puber wil je ze maar al te graag loslaten.  Voor sommige mensen is geloof houvast. Als ze dat niet zouden hebben zouden zorgen en verdriet in het leven zwaarder te verdragen zijn. Misschien ook hun angst voor het definitieve loslaten, het sterven.

De paasverhalen laten zich ook lezen als verhalen over houvast en loslaten. De vrienden en Jezus houden elkaar vast bij het laatste avondmaal. De leerlingen weten zich veilig in een oud ritueel. Zoals mensen zich veilig kunnen voelen als ze de kerk binnen stappen en vertrouwde handelingen uitvoeren. Maar het kan ook schijnveiligheid worden, een vlucht voor wat er elders in de wereld aan de hand is. Zo zien de leerlingen niet wat er staat te gebeuren. Dat Jezus niet als succesvolle koning ontvangen zal worden maar gezien zal worden als een mislukte profeet. Wanneer het er op aan komt rennen de meeste leerlingen weg of ontkennen ze hun vriendschap. De veiligheid van het ritueel is maar betrekkelijk.

Maar op de weg naar Golgotha zijn er ook dappere mensen die de mislukte profeet willen vasthouden. Ze trekken zich niets aan van de meerderheid die staat te lachen. Simon van Cyrene, de wenende vrouwen, ze blijven in hun hulpvaardigheid en verdriet bij hem. Onder het kruis staan er weer vrienden, onder wie Johannes en Maria Magdalena. Ze houden vol. Na zijn dood helpt Jozef van Arimatea hem de laatste eer te bewijzen. En dan na al deze gebeurtenissen is er weer Maria Magdalena die Jezus opnieuw wil vasthouden. “Blijf bij mij”.

En dan krijgt ze te horen: “Laat me los”. Loslaten is het laatste. Nu niet als vlucht of uit lafheid maar als een kind dat zijn ouders los moet laten en zelf op weg gaan. Wat ze van hem ontvangen heeft moet genoeg zijn om haar weg te vervolgen.

Het paasverhaal stelt de omstanders, de vrienden van Jezus steeds voor de keuze: vasthouden of loslaten. Waar laat je je door beheersen in je leven. Houd angst je in zijn greep langs de kant van de weg? Klamp je je vast aan schijnzekerheden? Of laat je je vasthouden door goedheid en idealen? Durf je volwassen te worden als Maria Magdalena? De opstanding van Pasen slaat even zeer op Jezus als op ons zijn volgelingen. Geen leerlingen meer maar grote mensen die erop uit gaan, wie weet waar naar toe.
pasen 2018

Wachten

Saint Kevin ging naar buiten om in de natuur te bidden. Hij bad om een zegen van God en hield daarbij zijn armen gestrekt en zijn handen geopend naar de hemel. Even later kwam er een merel aangevlogen. De merel ging zitten in de holte van Kevin’s hand en legde er haar eitjes in. Saint Kevin bleef net zo lang staan tot de eitjes waren uitgekomen en de jonge merels konden uitvliegen.

Sint Kevin is een voorbeeldig wachter. Waar een normaal mens wachten vaak beschouwt als een onoverkomelijk kwaad, een verspilling van tijd, gebeurt er in deze wachttijd van alles. Kevin moet zijn geestelijk uithoudingsvermogen testen, zijn spieren trainen. Hij moet geduld oefenen, de merel niet laten schrikken.

Zijn wachttijd lijkt op de veertigdagentijd of vastentijd, zes weken voor Pasen.
Een tijd van geestelijke training met de bedoeling om gedragspatronen te wijzigen of bij te stellen. Een tijd om stil te staan bij jezelf en je zwaktes. Een soort retraite, zelfreflectie. Zo is het een oude traditie die weer terug lijkt te komen; men vult het op allerlei manieren in: sober eten, sober leven, stilte creeeren.
In de kerk is het de tijd die we onderweg zijn naar Jeruzalem waar de laatste dagen van Jezus aanbreken voordat hij sterft.  Je probeert de betekenis van zijn verhaal een plek te geven in je eigen leven.
De gewone tijd wordt even onderbroken door een andere tijd. De tijd van doortikkende klokken wordt vervangen door een trage tijd. Zo komt er ruimte voor nieuwe gedachten, kracht, inspiratie, moed. Allemaal paaseitjes die met Pasen openbreken.  Doe je handen maar open en wie weet wat er in valt.
vastentijd 2018

 

Over ladders en tonen

Kerst en muziek horen bij elkaar. Iedereen heeft zo zijn favoriete liederen vol engelen, stallen en jingle bells. De meningen lopen uiteen. Het kerstvolkslied: Ere zij God (staande gezongen aan het eind van de kerstnachtdienst) is voor de een terugkerende muzikale kwelling, voor de ander het absolute hoogtepunt.
Lukas, de kerstevangelist bij uitstek, houdt ook van zingen. Hij componeert het oudste kerstlied: Gloria in Excelsis Deo. Dat wordt door de engelenlegerscharen uit volle borst ingezet. Maar het lied van Maria is daar al aan voorafgegaan. En dat is niet bepaald een wiegeliedje zoals je zou verwachten van deze bescheiden moeder Gods. Integendeel: het is een stevig protestlied, een krachtig loflied. Vol enthousiasme bewegen de noten zich van hoog naar laag op hun ladder. Armen worden verheven, rijken verlaagd. Volle handen voor de armoedzaaiers, lege handen voor de miljonairs. God die vanuit den hoge naar beneden kijkt. Hopeloze hoop. In het Oude Testament zong een andere aanstaande moeder ongeveer hetzelfde lied. Zij hoopte ook op een betere wereld met een andere inkomensverdeling.
Toch verandert er wel iets als Maria haar lied zingt. Het is het begin van een radikaal ander Godsbeeld. Met de noten kukelt God ook van de ladder naar beneden. Alsof hij zich te diep naar beneden boog.
En sindsdien is God op aarde om daar niet meer weg te gaan. Daar baant hij zich een weg met zijn hopeloze grote hoeveelheid ontferming en barmhartigheid. Je komt hem of haar tegen in het kind dat Jezus wordt genoemd en daarna in mensen als die door heilige geest bewogen anderen helpen zonder er iets voor terug te verwachten. Of je komt hem tegen in een roos die zomaar bloeit, “om niet”. Of in een moment van verrukking op de rommelmarkt in Groet. Of is dat al te aards? Nou vooruit, ik zeg het deftig: je komt hem/haar tegen als een mensenleven een moment lang oplicht, als een ster in de kosmische leegte. God bestaat niet meer als “God” maar wel als roos, mens, geschenk, ontmoeting. Overal waar het leven in goedheid of schoonheid wordt bevestigd, al is het maar voor een moment.

Deze gedachten kwam ik tegen in het boekje van de theoloog John D. Caputo: Hopeloos hoopvol. Het gaat met me mee omdat ik wel wat van die hoop kan gebruiken in een hopeloze wereld. Overbodig is ze niet want af en toe helpt het je om die roos te zien of het geschenk dat je buurvrouw je geeft “om niet”. Of…
Hopeloze hoop, dat wens ik u met handenvol toe in 2018.
december 2017

 

Een verhaal bij de laatste zondag van het kerkelijk jaar

Meneer Pomeroy was al oud. Maar wat had hij veel gedaan in zijn leven. Ontdekkingsreiziger, verhalenverteller, dichter, hij had ook willen zingen maar dan liepen de mensen weg. En toen dacht hij: nu stop ik en ga ik rustig zitten en een beetje mijmeren. Maar als hij zo zat werd hij toch onrustig. Hij wilde zo graag nog reizen, mensen ontmoeten, dingen zien. En met zijn oude lijf ging hij toch nog een keer op reis. Een stok, handschoenen en  hoed, een vlieger (want hij hield zo van de wolken), een zwembroek (want hij hield zo van de zee), en zijn cello (want hij hield zo van Bach) . Zoveel als hij nog kon dragen. Hij reisde en voelde zich vrij. Hij ontmoette nieuwe mensen en dieren. Maar toen op een herfstdag was hij zo moe dat hij tegen een boom aan ging zitten en dacht: ik ziet hier goed onder die beuk. In het bos, niet ver van de zee. Zo is het wel goed. Maar ik wil zo graag iedereen en alles bedanken. Hij dacht …

Ik weet het. Ik ga mezelf uitdelen. En daar begon hij. Eerst gaf hij zijn knoopsgat weg aan een  bloem. Want de bloemen hadden hem opgefleurd zodat de meisjes naar hem keken. En toen zijn handschoenen als slaapzak voor de zeesterren. En toen zijn stok als steuntje voor de berkenboom. En toen zijn hoed aan het hertengewei zodat het hert op een jager leek en niet werd doodgeschoten. O ja, zijn cello. Die gaf hij aan het hele bos om ’s nachts op te spelen als de uilen huilden. En toen…gaf hij zijn lichaam weg.

Dat klinkt misschien een beetje raar maar als je gaat sterven heb je dat niet meer nodig. Zijn armen gaf hij aan een oude boom met weinig takken, zijn benen aan een verdwaalde zeemeermin, zijn oren aan de schelpen op het strand.. Zijn glimlach aan de oude mensen op de bankjes voor de kerk. En toen had hij alleen nog zijn dromen. Die gaf hij aan de kinderen.
Hij vroeg de wind om ze naar hen toe te blazen als ze naar school fietsten of door het open raam als ze in bed lagen. Ach, dacht meneer Pomeroy: als je jezelf uitdeelt is sterven niet zo moeilijk… En eigenlijk is hij ook nooit echt weg, meneer P. De wind en de oude mensen, de kinderen en de zee, ze praten over hem tot op de dag van dit verhaal.
november 2017

 

Week van de eenzaamheid

Eenzaamheid is er in soorten en maten: voor elk wat wils. Sociale eenzaamheid, existentiele eenzaamheid, kortdurende, langdurende eenzaamheid. Eenzaamheid is vaak onzichtbaar want genant. Je wilt niet zeuren, je wilt geen loser zijn.

Bij Jezus worden eenzame mensen zichtbaar. Je struikelt over de verhalen waarin ze een rol spelen. Lukas (7: 36-50) schrijft bijvoorbeeld over een vrouw zonder naam. Ze wordt alleen zondares genoemd. Ze is anders. Ze leeft niet naar de nette gewoonten van nette mensen. Misschien was ze de prostituee waarvoor ze vaak gehouden is, misschien was ze gek: manisch depressief, borderline, misschien asociaal, verslaafd, hoe dan ook raar, anders. Ze is als een vrouw zonder hoofddoek in Saoedi Arabie.

Het speelt zich af in het huis van Simon de Farizeeer waar Jezus te gast is: hapje meeprikken, een goed gesprek over God-iets-of-niets.
Maar zij komt binnen met een fles vol olie, huilend.  En dan gaat ze ook nog de voeten van Jezus zalven. Vreemde toestand natuurlijk maar ik beperk me in dit stukje tot de houding van Simon. Normaal gesproken laat hij zo’n raar mens verwijderen. Zulke mensen passen niet in zijn leven, vormen een smet op zijn blazoen. Nu moet hij gegeneerd toekijken hoe zijn gast zich laat verwennen.

Simon is niet slecht. Maar Jezus legt in dit verhaal wel zijn gespletenheid bloot. Simon hongert naar een goed gesprek over God en is tegelijk blind voor deze vrouw. Lezen over God, leven zonder liefde. Wat is groter eenzaamheid?

Kunnen deugdzaamheid en geleerdheid je relatie tot God in de weg staan? De concrete God van de balsemolie?

In een aantal steden in Nederland werken dichters voor de Stichting Eenzame Uitvaart. Ze maken een gedicht voor iemand die in volstrekte eenzaamheid is gestorven. De dichter doet zijn best iets van het levensverhaal van de overledene te achterhalen. Hem of haar zichtbaar te maken. Dit is een gedicht voor een naamloze Amsterdammer gevonden in de Albert Cuypstraat. Een man zonder papieren,  illegaal. Het gedicht stelt een vraag.

Sans-papiers

In dit gedicht is niet aan mij gedacht.
Wat zou het ook? Die vreemde in de tram,
die man daar in die witbeslagen ruit
ben ik. Een vlek. Een veeg. Nog niet gewist
en als de dood te worden uitgelicht.

Wat als ik doodleuk de Messias was
en hier op deze tramlijn liefde bracht?
In dit gedicht is niet aan mij gedacht.
Vlak voor het eind werd ik geschrapt. De Dam,
het Spui, de Albert Cuyp. Ik moest eruit.
(Menno Wigman)

oktober 2017

 

Vakantie

Ik heb weer eens een digitaal fotoalbum gemaakt. Deze keer van mijn reis naar Engeland. Veel ‘grazige weiden, waat’ren der rust en schapen’, maar geen ‘herders’ gezien. Beetje saai misschien om een fotoalbum mee te vullen, maar de herinnering blijft en het is wel mooi om doorheen te lopen.
Er is een reclame voor fotoalbums. Daarin wordt uitgelegd hoe je een album moet maken en hoe je kunt suggereren dat je een supervakantie had ook als die beroerd was. In deze reclame gaat het over regenvakanties die in zonvakanties veranderen. Wolkjes er af knippen, de stress eruit en alleen vrolijk gelach op de top van de berg. In mijn geval plak ik woest aantrekkelijke herders tussen de schapen. Maar de mooiste vakantieverhalen gaan altijd over wat misging. Dat onthoud je. Hoe ik verdwaalde in een donker bos vol naaldbomen en hoe mijn dappere zoon ons een weg moest hakken en hoe we elkaar de schuld gaven. ’s Avonds haalde ik onder de douche nog de dennennaalden weg.

Het streven naar perfectie is echt iets van deze tijd. Aan plastische chirurgie kun je verslaafd raken. Het is net als met schoonmaken: heb je het ene vlekje weggewerkt, zie je alweer het volgende. Maakbaarheid is een last. Je moet zoveel beslissen over je uiterlijk, over de datum waarop je aan een kind moet beginnen, levenseinde, wel of geen behandelingen. Keuzestress.
Maakbaarheid staat ook haaks op het wat stoffig geworden woord dankbaarheid. Als je dankbaar bent, gaat het namelijk om iets wat je zomaar ontvangt, gratis. Waar je niet aan hebt hoeven sleutelen of niks voor hoeft terug te doen. Wat je hebt gekregen van God of……
In de psalmen gaat het voortdurend over dankbaarheid. Maar wat die dankbaarheid anders maakt dan de plastic jubel van het album  is dat ze altijd samen gaat met de klacht. Licht is niet zonder donker verkrijgbaar. De psalmen zijn geen lieve versjes, maar gedichten van mensen die het moeilijk hebben in het leven. Maar altijd volgt ergens in het lied een regel van dankbaarheid of halleluja.

‘In het leven kan het zo gaan dat je teleurgesteld wordt: in mensen, in de liefde van je leven. Het woord God zegt je niets meer, de kerk blijkt een plek van zelfingenomen mensen, die voortdurend hakketakken over niets. Het liefst wil je weglopen. Wijsheid is: de waarheid accepteren. Moed is: doorgaan met leven, desondanks. En geloof is: ontdekken dat je, in het diepst van je ziel, in het hart van wie je bent, bewogen wordt om voor het leven dankbaar te zijn.’ (aangepast citaat uit Mijn heldere afgrond, Christian Witman).

 Dat je bewogen wordt tot dankbaarheid. Alsof er iets in je werkt, een goddelijk motortje…..Maar misschien moet je het wel zelf aanzetten. Door bijvoorbeeld psalm 23 met een krakende stem te zingen op je ziekbed; van grazige weiden en waat’ren der rust en daar in de verte, ja echt, een goede, stoere herder.
augustus 2017

Iona

In mei was ik in het klooster op het eiland Iona. Op het programma stond een rondleiding.
Ik verwachtte een gids met een lijstje af te werken bezinswaardigheden. Het ging heel anders.
We werden onze eigen gidsen en op pad gestuurd met opdrachten. Al onze zintuigen moesten
we inzetten: muren voelen, kloostergeuren opsnuiven, op het gras gaan liggen en ontdekken
wat een wereld aan kleine bloemetjes en mosjes daarin schuilgaan. Zo ontdekten we meer dan anders door
onze pas te vertragen en al onze zintuigen in te zetten. Alles kreeg een extra dimensie.

Judith Herzberg heeft een gedicht geschreven waarin zij dit verwoordt.
Het gedicht  wordt voorafgegaan door een citaat:
Lord cleare my misted sight that I May hence view thy Divinity.

Over een wesp
Ik geloof niet zo in god, wel
ken ik soms een veel te groot gevoel
naar aanleiding van kleinigheid.
Misschien is dat wat overblijft
als je een wesp zo nauw beschrijft
en zo de afwerking bekijkt
dons satijn en bombazijn
van zo’n verstijvend lijfje
en weet dat het geen wonder is
of als je het een wonder noemt
je zelf, je oog, je medeleven
ook onder “wonder” mee mag doen.

Of je het nou over god hebt of niet, door zo te kijken kom je bij hetzelfde resultaat uit.

In de zomer heb je de kans om je pas te vertragen en te gaan kijken of ruiken of voelen.
Liever geen wesp voelen maar dan toch wel een rups. Die wordt door de snelle wielrenner platgereden
op het snelle fietspad van beton. De wandelaar kan de rups omzeilen en het wonder ontdekken.

In de protestantse kerkdienst gaat het er ook vaak weinig zintuiglijk aan toe.  De oren en het “rationele deel van de geest” werken zich een slag in de rondte terwijl neus en ogen, smaak en tastzin in slaap suffen. Vandaar ook dat bijbelverhalen vaak met weinig verbeeldingskracht  worden verteld en gehoord. Hoe de wijn op de bruiloft van Kana smaakt of ruikt? En welke kleur ze heeft? Hoe de opluchting van het bruidspaar voelt als water verandert in wijn? Geen idee. Wat is er veel te winnen als we alle zintuigen zouden gebruiken, achter de woorden leerden zien en ruiken. Daar heb je geen beamer voor nodig. Die heeft te weinig fantasie.

En als in een kerkdienst avondmaal gevierd wordt, kan het dan ook zintuiglijker? Ik ben er nog niet uit hoe. Een complete maaltijd? Dansen in plaats van schuifelen? Wijn die goed smaakt? Vredeskussen in plaats van een handdruk? Ik vrees dat dat laatste nog niet haalbaar is.
Maar het zou er wel spannend van worden…wie wat wat je aan wonderen zou ontdekken.
mei 2017

Wit

Als ik van u moet spreken,
doe ik alle mooie woorden weg
ik wil maar liever weinig zeggen
ik wil maar liever enkele kale woorden zeggen
wat arme kale woorden,
dat is mijn verhaal
mooie woorden denken alleen maar aan zichzelf,
ze weten van dienen niet
de goede woorden zijn arm en naakt als Franciscus
ze zijn trouw
enkele goede woorden,
dat is genoeg
want er mag niets komen tussen u en mij
eigenlijk wil ik liever met u zwijgen”

In het boek Geloof in de Publieke ruimte gaat het ergens over dode taal. Dat is taal zonder inhoud, of misleidende taal, fake news, twittertaal, haattaal, opzwepende taal. Het is taal die niet verbindt maar mensen scheidt. Waar we behoefte aan hebben, zegt de schrijver van het boek, Rowan Williams is levende taal. Taal die verbindt, zorgvuldige taal die niet meer zegt dan nodig en misschien wel helemaal niets. Het vluchtelingenkind op school dat nog geen woord Nederlands spreekt en geen woord verstaat, leeft op bij aandacht, een aai, een knuffel. Dat is levende taal zonder woorden. Misschien is dat wat J.C. van Schagen bedoelt in bovenstaand gedicht. Misschien is God meer te vinden in die knuffel dan in alle mogelijke woorden.
pinksteren 2018

 

Houvast..laat los

Ieders leven beweegt zich van houvast zoeken naar loslaten en omgekeerd. Je wordt van de navelstreng losgemaakt, maar je ouders houden je ook stevig vast als je leert te lopen of fietsen. Als puber wil je ze maar al te graag loslaten.  Voor sommige mensen is geloof houvast. Als ze dat niet zouden hebben zouden zorgen en verdriet in het leven zwaarder te verdragen zijn. Misschien ook hun angst voor het definitieve loslaten, het sterven.

De paasverhalen laten zich ook lezen als verhalen over houvast en loslaten. De vrienden en Jezus houden elkaar vast bij het laatste avondmaal. De leerlingen weten zich veilig in een oud ritueel. Zoals mensen zich veilig kunnen voelen als ze de kerk binnen stappen en vertrouwde handelingen uitvoeren. Maar het kan ook schijnveiligheid worden, een vlucht voor wat er elders in de wereld aan de hand is. Zo zien de leerlingen niet wat er staat te gebeuren. Dat Jezus niet als succesvolle koning ontvangen zal worden maar gezien zal worden als een mislukte profeet. Wanneer het er op aan komt rennen de meeste leerlingen weg of ontkennen ze hun vriendschap. De veiligheid van het ritueel is maar betrekkelijk.

Maar op de weg naar Golgotha zijn er ook dappere mensen die de mislukte profeet willen vasthouden. Ze trekken zich niets aan van de meerderheid die staat te lachen. Simon van Cyrene, de wenende vrouwen, ze blijven in hun hulpvaardigheid en verdriet bij hem. Onder het kruis staan er weer vrienden, onder wie Johannes en Maria Magdalena. Ze houden vol. Na zijn dood helpt Jozef van Arimatea hem de laatste eer te bewijzen. En dan na al deze gebeurtenissen is er weer Maria Magdalena die Jezus opnieuw wil vasthouden. “Blijf bij mij”.

En dan krijgt ze te horen: “Laat me los”. Loslaten is het laatste. Nu niet als vlucht of uit lafheid maar als een kind dat zijn ouders los moet laten en zelf op weg gaan. Wat ze van hem ontvangen heeft moet genoeg zijn om haar weg te vervolgen.

Het paasverhaal stelt de omstanders, de vrienden van Jezus steeds voor de keuze: vasthouden of loslaten. Waar laat je je door beheersen in je leven. Houd angst je in zijn greep langs de kant van de weg? Klamp je je vast aan schijnzekerheden? Of laat je je vasthouden door goedheid en idealen? Durf je volwassen te worden als Maria Magdalena? De opstanding van Pasen slaat even zeer op Jezus als op ons zijn volgelingen. Geen leerlingen meer maar grote mensen die erop uit gaan, wie weet waar naar toe.
pasen 2018

Wachten

Saint Kevin ging naar buiten om in de natuur te bidden. Hij bad om een zegen van God en hield daarbij zijn armen gestrekt en zijn handen geopend naar de hemel. Even later kwam er een merel aangevlogen. De merel ging zitten in de holte van Kevin’s hand en legde er haar eitjes in. Saint Kevin bleef net zo lang staan tot de eitjes waren uitgekomen en de jonge merels konden uitvliegen.

Sint Kevin is een voorbeeldig wachter. Waar een normaal mens wachten vaak beschouwt als een onoverkomelijk kwaad, een verspilling van tijd, gebeurt er in deze wachttijd van alles. Kevin moet zijn geestelijk uithoudingsvermogen testen, zijn spieren trainen. Hij moet geduld oefenen, de merel niet laten schrikken.

Zijn wachttijd lijkt op de veertigdagentijd of vastentijd, zes weken voor Pasen.
Een tijd van geestelijke training met de bedoeling om gedragspatronen te wijzigen of bij te stellen. Een tijd om stil te staan bij jezelf en je zwaktes. Een soort retraite, zelfreflectie. Zo is het een oude traditie die weer terug lijkt te komen; men vult het op allerlei manieren in: sober eten, sober leven, stilte creeeren.
In de kerk is het de tijd die we onderweg zijn naar Jeruzalem waar de laatste dagen van Jezus aanbreken voordat hij sterft.  Je probeert de betekenis van zijn verhaal een plek te geven in je eigen leven.
De gewone tijd wordt even onderbroken door een andere tijd. De tijd van doortikkende klokken wordt vervangen door een trage tijd. Zo komt er ruimte voor nieuwe gedachten, kracht, inspiratie, moed. Allemaal paaseitjes die met Pasen openbreken.  Doe je handen maar open en wie weet wat er in valt.
vastentijd 2018

 

Over ladders en tonen

Kerst en muziek horen bij elkaar. Iedereen heeft zo zijn favoriete liederen vol engelen, stallen en jingle bells. De meningen lopen uiteen. Het kerstvolkslied: Ere zij God (staande gezongen aan het eind van de kerstnachtdienst) is voor de een terugkerende muzikale kwelling, voor de ander het absolute hoogtepunt.
Lukas, de kerstevangelist bij uitstek, houdt ook van zingen. Hij componeert het oudste kerstlied: Gloria in Excelsis Deo. Dat wordt door de engelenlegerscharen uit volle borst ingezet. Maar het lied van Maria is daar al aan voorafgegaan. En dat is niet bepaald een wiegeliedje zoals je zou verwachten van deze bescheiden moeder Gods. Integendeel: het is een stevig protestlied, een krachtig loflied. Vol enthousiasme bewegen de noten zich van hoog naar laag op hun ladder. Armen worden verheven, rijken verlaagd. Volle handen voor de armoedzaaiers, lege handen voor de miljonairs. God die vanuit den hoge naar beneden kijkt. Hopeloze hoop. In het Oude Testament zong een andere aanstaande moeder ongeveer hetzelfde lied. Zij hoopte ook op een betere wereld met een andere inkomensverdeling.
Toch verandert er wel iets als Maria haar lied zingt. Het is het begin van een radikaal ander Godsbeeld. Met de noten kukelt God ook van de ladder naar beneden. Alsof hij zich te diep naar beneden boog.
En sindsdien is God op aarde om daar niet meer weg te gaan. Daar baant hij zich een weg met zijn hopeloze grote hoeveelheid ontferming en barmhartigheid. Je komt hem of haar tegen in het kind dat Jezus wordt genoemd en daarna in mensen als die door heilige geest bewogen anderen helpen zonder er iets voor terug te verwachten. Of je komt hem tegen in een roos die zomaar bloeit, “om niet”. Of in een moment van verrukking op de rommelmarkt in Groet. Of is dat al te aards? Nou vooruit, ik zeg het deftig: je komt hem/haar tegen als een mensenleven een moment lang oplicht, als een ster in de kosmische leegte. God bestaat niet meer als “God” maar wel als roos, mens, geschenk, ontmoeting. Overal waar het leven in goedheid of schoonheid wordt bevestigd, al is het maar voor een moment.

Deze gedachten kwam ik tegen in het boekje van de theoloog John D. Caputo: Hopeloos hoopvol. Het gaat met me mee omdat ik wel wat van die hoop kan gebruiken in een hopeloze wereld. Overbodig is ze niet want af en toe helpt het je om die roos te zien of het geschenk dat je buurvrouw je geeft “om niet”. Of…
Hopeloze hoop, dat wens ik u met handenvol toe in 2018.
december 2017

 

Een verhaal bij de laatste zondag van het kerkelijk jaar

Meneer Pomeroy was al oud. Maar wat had hij veel gedaan in zijn leven. Ontdekkingsreiziger, verhalenverteller, dichter, hij had ook willen zingen maar dan liepen de mensen weg. En toen dacht hij: nu stop ik en ga ik rustig zitten en een beetje mijmeren. Maar als hij zo zat werd hij toch onrustig. Hij wilde zo graag nog reizen, mensen ontmoeten, dingen zien. En met zijn oude lijf ging hij toch nog een keer op reis. Een stok, handschoenen en  hoed, een vlieger (want hij hield zo van de wolken), een zwembroek (want hij hield zo van de zee), en zijn cello (want hij hield zo van Bach) . Zoveel als hij nog kon dragen. Hij reisde en voelde zich vrij. Hij ontmoette nieuwe mensen en dieren. Maar toen op een herfstdag was hij zo moe dat hij tegen een boom aan ging zitten en dacht: ik ziet hier goed onder die beuk. In het bos, niet ver van de zee. Zo is het wel goed. Maar ik wil zo graag iedereen en alles bedanken. Hij dacht …

Ik weet het. Ik ga mezelf uitdelen. En daar begon hij. Eerst gaf hij zijn knoopsgat weg aan een  bloem. Want de bloemen hadden hem opgefleurd zodat de meisjes naar hem keken. En toen zijn handschoenen als slaapzak voor de zeesterren. En toen zijn stok als steuntje voor de berkenboom. En toen zijn hoed aan het hertengewei zodat het hert op een jager leek en niet werd doodgeschoten. O ja, zijn cello. Die gaf hij aan het hele bos om ’s nachts op te spelen als de uilen huilden. En toen…gaf hij zijn lichaam weg.

Dat klinkt misschien een beetje raar maar als je gaat sterven heb je dat niet meer nodig. Zijn armen gaf hij aan een oude boom met weinig takken, zijn benen aan een verdwaalde zeemeermin, zijn oren aan de schelpen op het strand.. Zijn glimlach aan de oude mensen op de bankjes voor de kerk. En toen had hij alleen nog zijn dromen. Die gaf hij aan de kinderen.
Hij vroeg de wind om ze naar hen toe te blazen als ze naar school fietsten of door het open raam als ze in bed lagen. Ach, dacht meneer Pomeroy: als je jezelf uitdeelt is sterven niet zo moeilijk… En eigenlijk is hij ook nooit echt weg, meneer P. De wind en de oude mensen, de kinderen en de zee, ze praten over hem tot op de dag van dit verhaal.
november 2017

 

Week van de eenzaamheid

Eenzaamheid is er in soorten en maten: voor elk wat wils. Sociale eenzaamheid, existentiele eenzaamheid, kortdurende, langdurende eenzaamheid. Eenzaamheid is vaak onzichtbaar want genant. Je wilt niet zeuren, je wilt geen loser zijn.

Bij Jezus worden eenzame mensen zichtbaar. Je struikelt over de verhalen waarin ze een rol spelen. Lukas (7: 36-50) schrijft bijvoorbeeld over een vrouw zonder naam. Ze wordt alleen zondares genoemd. Ze is anders. Ze leeft niet naar de nette gewoonten van nette mensen. Misschien was ze de prostituee waarvoor ze vaak gehouden is, misschien was ze gek: manisch depressief, borderline, misschien asociaal, verslaafd, hoe dan ook raar, anders. Ze is als een vrouw zonder hoofddoek in Saoedi Arabie.

Het speelt zich af in het huis van Simon de Farizeeer waar Jezus te gast is: hapje meeprikken, een goed gesprek over God-iets-of-niets.
Maar zij komt binnen met een fles vol olie, huilend.  En dan gaat ze ook nog de voeten van Jezus zalven. Vreemde toestand natuurlijk maar ik beperk me in dit stukje tot de houding van Simon. Normaal gesproken laat hij zo’n raar mens verwijderen. Zulke mensen passen niet in zijn leven, vormen een smet op zijn blazoen. Nu moet hij gegeneerd toekijken hoe zijn gast zich laat verwennen.

Simon is niet slecht. Maar Jezus legt in dit verhaal wel zijn gespletenheid bloot. Simon hongert naar een goed gesprek over God en is tegelijk blind voor deze vrouw. Lezen over God, leven zonder liefde. Wat is groter eenzaamheid?

Kunnen deugdzaamheid en geleerdheid je relatie tot God in de weg staan? De concrete God van de balsemolie?

In een aantal steden in Nederland werken dichters voor de Stichting Eenzame Uitvaart. Ze maken een gedicht voor iemand die in volstrekte eenzaamheid is gestorven. De dichter doet zijn best iets van het levensverhaal van de overledene te achterhalen. Hem of haar zichtbaar te maken. Dit is een gedicht voor een naamloze Amsterdammer gevonden in de Albert Cuypstraat. Een man zonder papieren,  illegaal. Het gedicht stelt een vraag.

Sans-papiers

In dit gedicht is niet aan mij gedacht.
Wat zou het ook? Die vreemde in de tram,
die man daar in die witbeslagen ruit
ben ik. Een vlek. Een veeg. Nog niet gewist
en als de dood te worden uitgelicht.

Wat als ik doodleuk de Messias was
en hier op deze tramlijn liefde bracht?
In dit gedicht is niet aan mij gedacht.
Vlak voor het eind werd ik geschrapt. De Dam,
het Spui, de Albert Cuyp. Ik moest eruit.
(Menno Wigman)

oktober 2017

 

Vakantie

Ik heb weer eens een digitaal fotoalbum gemaakt. Deze keer van mijn reis naar Engeland. Veel ‘grazige weiden, waat’ren der rust en schapen’, maar geen ‘herders’ gezien. Beetje saai misschien om een fotoalbum mee te vullen, maar de herinnering blijft en het is wel mooi om doorheen te lopen.
Er is een reclame voor fotoalbums. Daarin wordt uitgelegd hoe je een album moet maken en hoe je kunt suggereren dat je een supervakantie had ook als die beroerd was. In deze reclame gaat het over regenvakanties die in zonvakanties veranderen. Wolkjes er af knippen, de stress eruit en alleen vrolijk gelach op de top van de berg. In mijn geval plak ik woest aantrekkelijke herders tussen de schapen. Maar de mooiste vakantieverhalen gaan altijd over wat misging. Dat onthoud je. Hoe ik verdwaalde in een donker bos vol naaldbomen en hoe mijn dappere zoon ons een weg moest hakken en hoe we elkaar de schuld gaven. ’s Avonds haalde ik onder de douche nog de dennennaalden weg.

Het streven naar perfectie is echt iets van deze tijd. Aan plastische chirurgie kun je verslaafd raken. Het is net als met schoonmaken: heb je het ene vlekje weggewerkt, zie je alweer het volgende. Maakbaarheid is een last. Je moet zoveel beslissen over je uiterlijk, over de datum waarop je aan een kind moet beginnen, levenseinde, wel of geen behandelingen. Keuzestress.
Maakbaarheid staat ook haaks op het wat stoffig geworden woord dankbaarheid. Als je dankbaar bent, gaat het namelijk om iets wat je zomaar ontvangt, gratis. Waar je niet aan hebt hoeven sleutelen of niks voor hoeft terug te doen. Wat je hebt gekregen van God of……
In de psalmen gaat het voortdurend over dankbaarheid. Maar wat die dankbaarheid anders maakt dan de plastic jubel van het album  is dat ze altijd samen gaat met de klacht. Licht is niet zonder donker verkrijgbaar. De psalmen zijn geen lieve versjes, maar gedichten van mensen die het moeilijk hebben in het leven. Maar altijd volgt ergens in het lied een regel van dankbaarheid of halleluja.

‘In het leven kan het zo gaan dat je teleurgesteld wordt: in mensen, in de liefde van je leven. Het woord God zegt je niets meer, de kerk blijkt een plek van zelfingenomen mensen, die voortdurend hakketakken over niets. Het liefst wil je weglopen. Wijsheid is: de waarheid accepteren. Moed is: doorgaan met leven, desondanks. En geloof is: ontdekken dat je, in het diepst van je ziel, in het hart van wie je bent, bewogen wordt om voor het leven dankbaar te zijn.’ (aangepast citaat uit Mijn heldere afgrond, Christian Witman).

 Dat je bewogen wordt tot dankbaarheid. Alsof er iets in je werkt, een goddelijk motortje…..Maar misschien moet je het wel zelf aanzetten. Door bijvoorbeeld psalm 23 met een krakende stem te zingen op je ziekbed; van grazige weiden en waat’ren der rust en daar in de verte, ja echt, een goede, stoere herder.
augustus 2017

Iona

In mei was ik in het klooster op het eiland Iona. Op het programma stond een rondleiding.
Ik verwachtte een gids met een lijstje af te werken bezinswaardigheden. Het ging heel anders.
We werden onze eigen gidsen en op pad gestuurd met opdrachten. Al onze zintuigen moesten
we inzetten: muren voelen, kloostergeuren opsnuiven, op het gras gaan liggen en ontdekken
wat een wereld aan kleine bloemetjes en mosjes daarin schuilgaan. Zo ontdekten we meer dan anders door
onze pas te vertragen en al onze zintuigen in te zetten. Alles kreeg een extra dimensie.

Judith Herzberg heeft een gedicht geschreven waarin zij dit verwoordt.
Het gedicht  wordt voorafgegaan door een citaat:
Lord cleare my misted sight that I May hence view thy Divinity.

Over een wesp
Ik geloof niet zo in god, wel
ken ik soms een veel te groot gevoel
naar aanleiding van kleinigheid.
Misschien is dat wat overblijft
als je een wesp zo nauw beschrijft
en zo de afwerking bekijkt
dons satijn en bombazijn
van zo’n verstijvend lijfje
en weet dat het geen wonder is
of als je het een wonder noemt
je zelf, je oog, je medeleven
ook onder “wonder” mee mag doen.

Of je het nou over god hebt of niet, door zo te kijken kom je bij hetzelfde resultaat uit.

In de zomer heb je de kans om je pas te vertragen en te gaan kijken of ruiken of voelen.
Liever geen wesp voelen maar dan toch wel een rups. Die wordt door de snelle wielrenner platgereden
op het snelle fietspad van beton. De wandelaar kan de rups omzeilen en het wonder ontdekken.

In de protestantse kerkdienst gaat het er ook vaak weinig zintuiglijk aan toe.  De oren en het “rationele deel van de geest” werken zich een slag in de rondte terwijl neus en ogen, smaak en tastzin in slaap suffen. Vandaar ook dat bijbelverhalen vaak met weinig verbeeldingskracht  worden verteld en gehoord. Hoe de wijn op de bruiloft van Kana smaakt of ruikt? En welke kleur ze heeft? Hoe de opluchting van het bruidspaar voelt als water verandert in wijn? Geen idee. Wat is er veel te winnen als we alle zintuigen zouden gebruiken, achter de woorden leerden zien en ruiken. Daar heb je geen beamer voor nodig. Die heeft te weinig fantasie.

En als in een kerkdienst avondmaal gevierd wordt, kan het dan ook zintuiglijker? Ik ben er nog niet uit hoe. Een complete maaltijd? Dansen in plaats van schuifelen? Wijn die goed smaakt? Vredeskussen in plaats van een handdruk? Ik vrees dat dat laatste nog niet haalbaar is.
Maar het zou er wel spannend van worden…wie wat wat je aan wonderen zou ontdekken.
mei 2017

Wit

Als ik van u moet spreken,
doe ik alle mooie woorden weg
ik wil maar liever weinig zeggen
ik wil maar liever enkele kale woorden zeggen
wat arme kale woorden,
dat is mijn verhaal
mooie woorden denken alleen maar aan zichzelf,
ze weten van dienen niet
de goede woorden zijn arm en naakt als Franciscus
ze zijn trouw
enkele goede woorden,
dat is genoeg
want er mag niets komen tussen u en mij
eigenlijk wil ik liever met u zwijgen”

In het boek Geloof in de Publieke ruimte gaat het ergens over dode taal. Dat is taal zonder inhoud, of misleidende taal, fake news, twittertaal, haattaal, opzwepende taal. Het is taal die niet verbindt maar mensen scheidt. Waar we behoefte aan hebben, zegt de schrijver van het boek, Rowan Williams is levende taal. Taal die verbindt, zorgvuldige taal die niet meer zegt dan nodig en misschien wel helemaal niets. Het vluchtelingenkind op school dat nog geen woord Nederlands spreekt en geen woord verstaat, leeft op bij aandacht, een aai, een knuffel. Dat is levende taal zonder woorden. Misschien is dat wat J.C. van Schagen bedoelt in bovenstaand gedicht. Misschien is God meer te vinden in die knuffel dan in alle mogelijke woorden.
pinksteren 2018

 

Houvast..laat los

Ieders leven beweegt zich van houvast zoeken naar loslaten en omgekeerd. Je wordt van de navelstreng losgemaakt, maar je ouders houden je ook stevig vast als je leert te lopen of fietsen. Als puber wil je ze maar al te graag loslaten.  Voor sommige mensen is geloof houvast. Als ze dat niet zouden hebben zouden zorgen en verdriet in het leven zwaarder te verdragen zijn. Misschien ook hun angst voor het definitieve loslaten, het sterven.

De paasverhalen laten zich ook lezen als verhalen over houvast en loslaten. De vrienden en Jezus houden elkaar vast bij het laatste avondmaal. De leerlingen weten zich veilig in een oud ritueel. Zoals mensen zich veilig kunnen voelen als ze de kerk binnen stappen en vertrouwde handelingen uitvoeren. Maar het kan ook schijnveiligheid worden, een vlucht voor wat er elders in de wereld aan de hand is. Zo zien de leerlingen niet wat er staat te gebeuren. Dat Jezus niet als succesvolle koning ontvangen zal worden maar gezien zal worden als een mislukte profeet. Wanneer het er op aan komt rennen de meeste leerlingen weg of ontkennen ze hun vriendschap. De veiligheid van het ritueel is maar betrekkelijk.

Maar op de weg naar Golgotha zijn er ook dappere mensen die de mislukte profeet willen vasthouden. Ze trekken zich niets aan van de meerderheid die staat te lachen. Simon van Cyrene, de wenende vrouwen, ze blijven in hun hulpvaardigheid en verdriet bij hem. Onder het kruis staan er weer vrienden, onder wie Johannes en Maria Magdalena. Ze houden vol. Na zijn dood helpt Jozef van Arimatea hem de laatste eer te bewijzen. En dan na al deze gebeurtenissen is er weer Maria Magdalena die Jezus opnieuw wil vasthouden. “Blijf bij mij”.

En dan krijgt ze te horen: “Laat me los”. Loslaten is het laatste. Nu niet als vlucht of uit lafheid maar als een kind dat zijn ouders los moet laten en zelf op weg gaan. Wat ze van hem ontvangen heeft moet genoeg zijn om haar weg te vervolgen.

Het paasverhaal stelt de omstanders, de vrienden van Jezus steeds voor de keuze: vasthouden of loslaten. Waar laat je je door beheersen in je leven. Houd angst je in zijn greep langs de kant van de weg? Klamp je je vast aan schijnzekerheden? Of laat je je vasthouden door goedheid en idealen? Durf je volwassen te worden als Maria Magdalena? De opstanding van Pasen slaat even zeer op Jezus als op ons zijn volgelingen. Geen leerlingen meer maar grote mensen die erop uit gaan, wie weet waar naar toe.
pasen 2018

Wachten

Saint Kevin ging naar buiten om in de natuur te bidden. Hij bad om een zegen van God en hield daarbij zijn armen gestrekt en zijn handen geopend naar de hemel. Even later kwam er een merel aangevlogen. De merel ging zitten in de holte van Kevin’s hand en legde er haar eitjes in. Saint Kevin bleef net zo lang staan tot de eitjes waren uitgekomen en de jonge merels konden uitvliegen.

Sint Kevin is een voorbeeldig wachter. Waar een normaal mens wachten vaak beschouwt als een onoverkomelijk kwaad, een verspilling van tijd, gebeurt er in deze wachttijd van alles. Kevin moet zijn geestelijk uithoudingsvermogen testen, zijn spieren trainen. Hij moet geduld oefenen, de merel niet laten schrikken.

Zijn wachttijd lijkt op de veertigdagentijd of vastentijd, zes weken voor Pasen.
Een tijd van geestelijke training met de bedoeling om gedragspatronen te wijzigen of bij te stellen. Een tijd om stil te staan bij jezelf en je zwaktes. Een soort retraite, zelfreflectie. Zo is het een oude traditie die weer terug lijkt te komen; men vult het op allerlei manieren in: sober eten, sober leven, stilte creeeren.
In de kerk is het de tijd die we onderweg zijn naar Jeruzalem waar de laatste dagen van Jezus aanbreken voordat hij sterft.  Je probeert de betekenis van zijn verhaal een plek te geven in je eigen leven.
De gewone tijd wordt even onderbroken door een andere tijd. De tijd van doortikkende klokken wordt vervangen door een trage tijd. Zo komt er ruimte voor nieuwe gedachten, kracht, inspiratie, moed. Allemaal paaseitjes die met Pasen openbreken.  Doe je handen maar open en wie weet wat er in valt.
vastentijd 2018

 

Over ladders en tonen

Kerst en muziek horen bij elkaar. Iedereen heeft zo zijn favoriete liederen vol engelen, stallen en jingle bells. De meningen lopen uiteen. Het kerstvolkslied: Ere zij God (staande gezongen aan het eind van de kerstnachtdienst) is voor de een terugkerende muzikale kwelling, voor de ander het absolute hoogtepunt.
Lukas, de kerstevangelist bij uitstek, houdt ook van zingen. Hij componeert het oudste kerstlied: Gloria in Excelsis Deo. Dat wordt door de engelenlegerscharen uit volle borst ingezet. Maar het lied van Maria is daar al aan voorafgegaan. En dat is niet bepaald een wiegeliedje zoals je zou verwachten van deze bescheiden moeder Gods. Integendeel: het is een stevig protestlied, een krachtig loflied. Vol enthousiasme bewegen de noten zich van hoog naar laag op hun ladder. Armen worden verheven, rijken verlaagd. Volle handen voor de armoedzaaiers, lege handen voor de miljonairs. God die vanuit den hoge naar beneden kijkt. Hopeloze hoop. In het Oude Testament zong een andere aanstaande moeder ongeveer hetzelfde lied. Zij hoopte ook op een betere wereld met een andere inkomensverdeling.
Toch verandert er wel iets als Maria haar lied zingt. Het is het begin van een radikaal ander Godsbeeld. Met de noten kukelt God ook van de ladder naar beneden. Alsof hij zich te diep naar beneden boog.
En sindsdien is God op aarde om daar niet meer weg te gaan. Daar baant hij zich een weg met zijn hopeloze grote hoeveelheid ontferming en barmhartigheid. Je komt hem of haar tegen in het kind dat Jezus wordt genoemd en daarna in mensen als die door heilige geest bewogen anderen helpen zonder er iets voor terug te verwachten. Of je komt hem tegen in een roos die zomaar bloeit, “om niet”. Of in een moment van verrukking op de rommelmarkt in Groet. Of is dat al te aards? Nou vooruit, ik zeg het deftig: je komt hem/haar tegen als een mensenleven een moment lang oplicht, als een ster in de kosmische leegte. God bestaat niet meer als “God” maar wel als roos, mens, geschenk, ontmoeting. Overal waar het leven in goedheid of schoonheid wordt bevestigd, al is het maar voor een moment.

Deze gedachten kwam ik tegen in het boekje van de theoloog John D. Caputo: Hopeloos hoopvol. Het gaat met me mee omdat ik wel wat van die hoop kan gebruiken in een hopeloze wereld. Overbodig is ze niet want af en toe helpt het je om die roos te zien of het geschenk dat je buurvrouw je geeft “om niet”. Of…
Hopeloze hoop, dat wens ik u met handenvol toe in 2018.
december 2017

 

Een verhaal bij de laatste zondag van het kerkelijk jaar

Meneer Pomeroy was al oud. Maar wat had hij veel gedaan in zijn leven. Ontdekkingsreiziger, verhalenverteller, dichter, hij had ook willen zingen maar dan liepen de mensen weg. En toen dacht hij: nu stop ik en ga ik rustig zitten en een beetje mijmeren. Maar als hij zo zat werd hij toch onrustig. Hij wilde zo graag nog reizen, mensen ontmoeten, dingen zien. En met zijn oude lijf ging hij toch nog een keer op reis. Een stok, handschoenen en  hoed, een vlieger (want hij hield zo van de wolken), een zwembroek (want hij hield zo van de zee), en zijn cello (want hij hield zo van Bach) . Zoveel als hij nog kon dragen. Hij reisde en voelde zich vrij. Hij ontmoette nieuwe mensen en dieren. Maar toen op een herfstdag was hij zo moe dat hij tegen een boom aan ging zitten en dacht: ik ziet hier goed onder die beuk. In het bos, niet ver van de zee. Zo is het wel goed. Maar ik wil zo graag iedereen en alles bedanken. Hij dacht …

Ik weet het. Ik ga mezelf uitdelen. En daar begon hij. Eerst gaf hij zijn knoopsgat weg aan een  bloem. Want de bloemen hadden hem opgefleurd zodat de meisjes naar hem keken. En toen zijn handschoenen als slaapzak voor de zeesterren. En toen zijn stok als steuntje voor de berkenboom. En toen zijn hoed aan het hertengewei zodat het hert op een jager leek en niet werd doodgeschoten. O ja, zijn cello. Die gaf hij aan het hele bos om ’s nachts op te spelen als de uilen huilden. En toen…gaf hij zijn lichaam weg.

Dat klinkt misschien een beetje raar maar als je gaat sterven heb je dat niet meer nodig. Zijn armen gaf hij aan een oude boom met weinig takken, zijn benen aan een verdwaalde zeemeermin, zijn oren aan de schelpen op het strand.. Zijn glimlach aan de oude mensen op de bankjes voor de kerk. En toen had hij alleen nog zijn dromen. Die gaf hij aan de kinderen.
Hij vroeg de wind om ze naar hen toe te blazen als ze naar school fietsten of door het open raam als ze in bed lagen. Ach, dacht meneer Pomeroy: als je jezelf uitdeelt is sterven niet zo moeilijk… En eigenlijk is hij ook nooit echt weg, meneer P. De wind en de oude mensen, de kinderen en de zee, ze praten over hem tot op de dag van dit verhaal.
november 2017

 

Week van de eenzaamheid

Eenzaamheid is er in soorten en maten: voor elk wat wils. Sociale eenzaamheid, existentiele eenzaamheid, kortdurende, langdurende eenzaamheid. Eenzaamheid is vaak onzichtbaar want genant. Je wilt niet zeuren, je wilt geen loser zijn.

Bij Jezus worden eenzame mensen zichtbaar. Je struikelt over de verhalen waarin ze een rol spelen. Lukas (7: 36-50) schrijft bijvoorbeeld over een vrouw zonder naam. Ze wordt alleen zondares genoemd. Ze is anders. Ze leeft niet naar de nette gewoonten van nette mensen. Misschien was ze de prostituee waarvoor ze vaak gehouden is, misschien was ze gek: manisch depressief, borderline, misschien asociaal, verslaafd, hoe dan ook raar, anders. Ze is als een vrouw zonder hoofddoek in Saoedi Arabie.

Het speelt zich af in het huis van Simon de Farizeeer waar Jezus te gast is: hapje meeprikken, een goed gesprek over God-iets-of-niets.
Maar zij komt binnen met een fles vol olie, huilend.  En dan gaat ze ook nog de voeten van Jezus zalven. Vreemde toestand natuurlijk maar ik beperk me in dit stukje tot de houding van Simon. Normaal gesproken laat hij zo’n raar mens verwijderen. Zulke mensen passen niet in zijn leven, vormen een smet op zijn blazoen. Nu moet hij gegeneerd toekijken hoe zijn gast zich laat verwennen.

Simon is niet slecht. Maar Jezus legt in dit verhaal wel zijn gespletenheid bloot. Simon hongert naar een goed gesprek over God en is tegelijk blind voor deze vrouw. Lezen over God, leven zonder liefde. Wat is groter eenzaamheid?

Kunnen deugdzaamheid en geleerdheid je relatie tot God in de weg staan? De concrete God van de balsemolie?

In een aantal steden in Nederland werken dichters voor de Stichting Eenzame Uitvaart. Ze maken een gedicht voor iemand die in volstrekte eenzaamheid is gestorven. De dichter doet zijn best iets van het levensverhaal van de overledene te achterhalen. Hem of haar zichtbaar te maken. Dit is een gedicht voor een naamloze Amsterdammer gevonden in de Albert Cuypstraat. Een man zonder papieren,  illegaal. Het gedicht stelt een vraag.

Sans-papiers

In dit gedicht is niet aan mij gedacht.
Wat zou het ook? Die vreemde in de tram,
die man daar in die witbeslagen ruit
ben ik. Een vlek. Een veeg. Nog niet gewist
en als de dood te worden uitgelicht.

Wat als ik doodleuk de Messias was
en hier op deze tramlijn liefde bracht?
In dit gedicht is niet aan mij gedacht.
Vlak voor het eind werd ik geschrapt. De Dam,
het Spui, de Albert Cuyp. Ik moest eruit.
(Menno Wigman)

oktober 2017

 

Vakantie

Ik heb weer eens een digitaal fotoalbum gemaakt. Deze keer van mijn reis naar Engeland. Veel ‘grazige weiden, waat’ren der rust en schapen’, maar geen ‘herders’ gezien. Beetje saai misschien om een fotoalbum mee te vullen, maar de herinnering blijft en het is wel mooi om doorheen te lopen.
Er is een reclame voor fotoalbums. Daarin wordt uitgelegd hoe je een album moet maken en hoe je kunt suggereren dat je een supervakantie had ook als die beroerd was. In deze reclame gaat het over regenvakanties die in zonvakanties veranderen. Wolkjes er af knippen, de stress eruit en alleen vrolijk gelach op de top van de berg. In mijn geval plak ik woest aantrekkelijke herders tussen de schapen. Maar de mooiste vakantieverhalen gaan altijd over wat misging. Dat onthoud je. Hoe ik verdwaalde in een donker bos vol naaldbomen en hoe mijn dappere zoon ons een weg moest hakken en hoe we elkaar de schuld gaven. ’s Avonds haalde ik onder de douche nog de dennennaalden weg.

Het streven naar perfectie is echt iets van deze tijd. Aan plastische chirurgie kun je verslaafd raken. Het is net als met schoonmaken: heb je het ene vlekje weggewerkt, zie je alweer het volgende. Maakbaarheid is een last. Je moet zoveel beslissen over je uiterlijk, over de datum waarop je aan een kind moet beginnen, levenseinde, wel of geen behandelingen. Keuzestress.
Maakbaarheid staat ook haaks op het wat stoffig geworden woord dankbaarheid. Als je dankbaar bent, gaat het namelijk om iets wat je zomaar ontvangt, gratis. Waar je niet aan hebt hoeven sleutelen of niks voor hoeft terug te doen. Wat je hebt gekregen van God of……
In de psalmen gaat het voortdurend over dankbaarheid. Maar wat die dankbaarheid anders maakt dan de plastic jubel van het album  is dat ze altijd samen gaat met de klacht. Licht is niet zonder donker verkrijgbaar. De psalmen zijn geen lieve versjes, maar gedichten van mensen die het moeilijk hebben in het leven. Maar altijd volgt ergens in het lied een regel van dankbaarheid of halleluja.

‘In het leven kan het zo gaan dat je teleurgesteld wordt: in mensen, in de liefde van je leven. Het woord God zegt je niets meer, de kerk blijkt een plek van zelfingenomen mensen, die voortdurend hakketakken over niets. Het liefst wil je weglopen. Wijsheid is: de waarheid accepteren. Moed is: doorgaan met leven, desondanks. En geloof is: ontdekken dat je, in het diepst van je ziel, in het hart van wie je bent, bewogen wordt om voor het leven dankbaar te zijn.’ (aangepast citaat uit Mijn heldere afgrond, Christian Witman).

 Dat je bewogen wordt tot dankbaarheid. Alsof er iets in je werkt, een goddelijk motortje…..Maar misschien moet je het wel zelf aanzetten. Door bijvoorbeeld psalm 23 met een krakende stem te zingen op je ziekbed; van grazige weiden en waat’ren der rust en daar in de verte, ja echt, een goede, stoere herder.
augustus 2017

Iona

In mei was ik in het klooster op het eiland Iona. Op het programma stond een rondleiding.
Ik verwachtte een gids met een lijstje af te werken bezinswaardigheden. Het ging heel anders.
We werden onze eigen gidsen en op pad gestuurd met opdrachten. Al onze zintuigen moesten
we inzetten: muren voelen, kloostergeuren opsnuiven, op het gras gaan liggen en ontdekken
wat een wereld aan kleine bloemetjes en mosjes daarin schuilgaan. Zo ontdekten we meer dan anders door
onze pas te vertragen en al onze zintuigen in te zetten. Alles kreeg een extra dimensie.

Judith Herzberg heeft een gedicht geschreven waarin zij dit verwoordt.
Het gedicht  wordt voorafgegaan door een citaat:
Lord cleare my misted sight that I May hence view thy Divinity.

Over een wesp
Ik geloof niet zo in god, wel
ken ik soms een veel te groot gevoel
naar aanleiding van kleinigheid.
Misschien is dat wat overblijft
als je een wesp zo nauw beschrijft
en zo de afwerking bekijkt
dons satijn en bombazijn
van zo’n verstijvend lijfje
en weet dat het geen wonder is
of als je het een wonder noemt
je zelf, je oog, je medeleven
ook onder “wonder” mee mag doen.

Of je het nou over god hebt of niet, door zo te kijken kom je bij hetzelfde resultaat uit.

In de zomer heb je de kans om je pas te vertragen en te gaan kijken of ruiken of voelen.
Liever geen wesp voelen maar dan toch wel een rups. Die wordt door de snelle wielrenner platgereden
op het snelle fietspad van beton. De wandelaar kan de rups omzeilen en het wonder ontdekken.

In de protestantse kerkdienst gaat het er ook vaak weinig zintuiglijk aan toe.  De oren en het “rationele deel van de geest” werken zich een slag in de rondte terwijl neus en ogen, smaak en tastzin in slaap suffen. Vandaar ook dat bijbelverhalen vaak met weinig verbeeldingskracht  worden verteld en gehoord. Hoe de wijn op de bruiloft van Kana smaakt of ruikt? En welke kleur ze heeft? Hoe de opluchting van het bruidspaar voelt als water verandert in wijn? Geen idee. Wat is er veel te winnen als we alle zintuigen zouden gebruiken, achter de woorden leerden zien en ruiken. Daar heb je geen beamer voor nodig. Die heeft te weinig fantasie.

En als in een kerkdienst avondmaal gevierd wordt, kan het dan ook zintuiglijker? Ik ben er nog niet uit hoe. Een complete maaltijd? Dansen in plaats van schuifelen? Wijn die goed smaakt? Vredeskussen in plaats van een handdruk? Ik vrees dat dat laatste nog niet haalbaar is.
Maar het zou er wel spannend van worden…wie wat wat je aan wonderen zou ontdekken.
mei 2017